Terug naar hoofdinhoud

Ministers willen door met verbod op contante betalingen boven € 3.000

Minister Van Weyenberg van Financiën en minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid hebben de Tweede Kamer in een brief laten weten door te willen gaan met het verbod op contante betalingen boven € 3.000. Dit verbod maakt onderdeel uit van het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen dat eerder controversieel is verklaard door de Tweede Kamer. Als het verbod op contante betalingen boven € 3000 niet doorgaat dan dreigt Nederland mogelijk € 600 miljoen Europees geld mis te lopen. Een wettelijke limiet op contante betalingen is opgenomen in het Raadsuitvoeringsbesluit voor het Nederlandse Herstel en Veerkrachtplan (HVP). De deadline om deze maatregel uit te voeren staat op 31 maart 2025.

In de brief staan verschillende scenario’s uitgewerkt om een vervolg te geven aan het wetsvoorstel Plan van aanpak Witwassen. Met de limiet op contant geld willen de ministers witwassen door criminelen aanpakken. Die gebruiken hiervoor vaak grote sommen contant geld. Vanwege de verplichting in het HVP kan de invoering hiervan niet verder worden uitgesteld. Daarnaast heeft het Europese AML-pakket (Anti-Money Laundering and Countering the Financing of Terrorism, AML/CFT), dat in 2027 van toepassing wordt, een nieuwe context geschapen, omdat alle 4 de bepalingen uit het wetsvoorstel in huidige vorm niet verenigbaar zijn met het AML-pakket.

Het heeft de voorkeur van de ministers om voorlopig alleen de limiet op contante betalingen verder te brengen via een nota van wijziging op het oorspronkelijke wetsvoorstel, zodat de mogelijke korting van € 600 miljoen voorkomen kan worden.

De overige maatregelen uit het wetsvoorstel Plan van aanpak witwassen, zoals gezamenlijke transactiemonitoring, worden bij dit scenario meegenomen in het implementatietraject van het Europese AML-pakket. In totaal zijn 4 mogelijke scenario’s uitgewerkt voor het vervolg van het wetsvoorstel Plan van aanpak witwassen. De ministers geven aan hierover met de Kamer in gesprek te willen gaan tijdens het Commissiedebat op 24 april aanstaande.

Europese wetgevingsproces
Het Europese wetgevingsproces rondom het AML-pakket is formeel nog niet afgerond. De stemming van het Europees Parlement over dit wetsvoorstel staat gepland op 24 april 2024. Uiteindelijk hebben Europese landen 3 jaar de tijd om het wettenpakket te implementeren. In het voorjaar van 2027 wordt de regelgeving van toepassing.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Ministers willen door met verbod op contante betalingen boven € 3.000

  • Raadplegingen: 295

Kabinet investeert de komende jaren 1 miljard in sociaal ontwikkelbedrijven

Het kabinet maakt in de Voorjaarsnota extra geld vrij waarmee gemeenten sociaal ontwikkelbedrijven beter kunnen organiseren. Het gaat om een bedrag van bijna € 600 miljoen voor de periode 2025-2034. Met al eerder toegezegde middelen voor onder meer de financiering van beschut werk, gaat er de komende jaren in totaal ongeveer een miljard euro naar de sociaal ontwikkelbedrijven. Ook daarna blijft er structureel extra geld beschikbaar.

Sociaal ontwikkelbedrijven richten zich op het aan het werk helpen en houden van mensen met een arbeidsbeperking die niet direct bij reguliere werkgevers aan het werk kunnen. Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 hebben deze bedrijven te maken met verschillende veranderingen. Ze moeten niet alleen werk bieden aan mensen die niet direct bij reguliere werkgevers kunnen werken, maar ook steeds meer mensen begeleiden naar reguliere banen. Dit brengt financiële druk met zich mee en vereist aanpassingen in de bedrijfsvoering. Met de extra investeringen wil het kabinet sociaal ontwikkelbedrijven daarom meer stabiliteit en continuïteit bieden voor de lange termijn, waardoor zij meer ruimte hebben om banen te realiseren voor werknemers met een arbeidsbeperking.

“Werk is voor mensen een ontzettend belangrijk deel van hun leven. Het vergroot het sociale netwerk, versterkt het gevoel van eigenwaarde en zorgt ervoor dat je je talenten kan benutten. Sociaal ontwikkelbedrijven bieden dit werk aan mensen die op eigen kracht moeilijk een plek kunnen krijgen op de arbeidsmarkt. Zij zorgen ervoor dat iedereen naar vermogen mee kan doen. Daarom is het ook zo van belang dat we de komende jaren extra investeren in deze bedrijven”, aldus minister Carola Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen).

Pakket aan maatregelen
Minister Schouten heeft eind vorig jaar een uitgebreid pakket aan maatregelen gepresenteerd om gemeenten te ondersteunen bij het versterken van deze bedrijven. Het gaat onder andere om initiatieven om beschut werk te bevorderen en het opzetten van een duurzame infrastructuur voor de sociaal ontwikkelbedrijven. Gemeenten kunnen financiële steun krijgen voor plannen die zij indienen en gebruikmaken van ondersteuningsprogramma's. Ook wordt een structurele basisfinanciering ingevoerd.

Compensatie lage inkomensvoordeel
Het kabinet heeft in het kader van de voorjaarsbesluitvorming ook besloten om gemeenten te compenseren voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) per 2025. Sociaal ontwikkelbedrijven kunnen het wegvallen van het LIV financieel niet opvangen. Daarom ontvangen gemeenten vanaf 2025 volledige compensatie via het gemeentefonds. Structureel gaat het om € 16,8 miljoen per jaar.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Kabinet investeert de komende jaren 1 miljard in sociaal ontwikkelbedrijven

  • Raadplegingen: 343

Plannen voor eenvoudiger verlof opnemen voor goede balans werk en privé

Er zijn 10 verschillende wettelijke verlofregelingen die bijdragen aan een goede balans tussen werk en zorg voor kinderen of andere naasten. Alleen weten mensen niet altijd waar ze gebruik van kunnen maken, omdat het verlofstelsel door de jaren heen complex en onoverzichtelijk is geworden. Het kabinet stelt daarom voor de verschillende regelingen terug te brengen tot 3 soorten verlof voor: 1) de zorg voor kinderen, 2) de zorg voor naasten en 3) persoonlijke situaties.

Minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid): Het is voor veel mensen een uitdaging om een goede balans te vinden tussen werk en privéleven. Zeker als je naast je werk zorgt voor kinderen of hulpbehoevende familieleden. Er zijn verschillende verlofregelingen, die je kunnen helpen bij het vinden van die balans. Maar veel werknemers en werkgevers zien door de bomen het bos niet meer. Alleen al rond de zorg voor jonge kinderen gelden 7 verschillende regelingen. Daarom werken we aan een versimpeling van het verlofstelsel, zodat het eenvoudiger, begrijpelijker en toegankelijker wordt.

Verlofsoort 1: zorg voor kinderen
Het gaat hier om verlofregelingen die je kunt inzetten rond de geboorte van en zorg voor jonge kinderen, bij adoptie en bij pleegzorg. Hieronder vallen het huidige zwangerschaps- en bevallingsverlof, het (aanvullend) geboorteverlof, het adoptie- en pleegzorgverlof en het (betaald) ouderschapsverlof. Het doel van dit verlof is onder meer het stimuleren van een gelijkwaardige verdeling van zorgtaken tussen partners en economische zelfstandigheid van ouders. Binnen deze verlofsoort zijn meerdere scenario’s uitgewerkt waarbij regelingen worden geïntegreerd, uitgebreid of verkort.

Verlofsoort 2: zorg voor naasten
Bij deze verlofsoort horen het huidige kort- en langdurend zorgverlof, dat bijvoorbeeld kan worden ingezet om tijdelijk mantelzorg te verlenen. Steeds meer werkenden krijgen hiermee te maken en de verwachting is dat dit de komende jaren verder zal toenemen als gevolg van de vergrijzing en het gegeven dat we allemaal langer doorwerken. Met het oog daarop zijn 2 scenario’s uitgewerkt: een scenario waarin de 2 bestaande verlofregelingen worden geïntegreerd en een uitgebreidere variant.

Verlofsoort 3: persoonlijke situaties
Uit het huidige verlofstelsel valt het calamiteiten- en kortverzuimverlof onder ‘persoonlijke situaties’. Dit verlof is van korte duur en onder andere op te nemen als een werknemer door onvoorziene of zeer bijzondere omstandigheden niet kan werken. Denk bijvoorbeeld aan het overlijden van een naaste, calamiteiten thuis en het begeleiden van een naaste bij bezoek aan een arts. Het gaat hier om maatwerk, waarover werkgevers en werknemers afspraken maken als het moment zich voordoet. Eventuele nieuwe verlofregelingen die eveneens maatwerk vergen en draaien om persoonlijke situaties zouden aan deze verlofsoort kunnen worden toegevoegd, zoals rouwverlof, transitieverlof of verlof wegens huiselijk geweld.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Plannen voor eenvoudiger verlof opnemen voor goede balans werk en privé

  • Raadplegingen: 124

Motorrijtuigbelasting - verschillende wijzigingen in naheffingen

Motorrijtuigenbelasting (mrb) is een belasting voor het houden van een motorrijtuig zoals een personenauto, bestelauto of motor. Indien deze (gedeeltelijk) niet is betaald kan een inspecteur de te weinig geheven belasting naheffen. Met betrekking tot de mrb en dit naheffen zijn er met ingang van 2024 drie wijzigingen:  

  1. Motorrijtuigen met een Nederlands kenteken krijgen automatisch een mrb-aanslag. Voor motorrijtuigen met een buitenlands kenteken dient de houder zich op eigen initiatief te melden. Per 1 januari 2024 is een eventuele naheffing van mrb voor deze motorrijtuigen teruggebracht naar maximaal twaalf maanden (maximaal vijf jaar in 2023).
  2. Een bestuurder kan de openbare weg op gaan met een motorrijtuig uit een bedrijfsvoorraad. Een naheffing mrb kan worden opgelegd indien de bestuurder staande wordt gehouden én alleen geen handelaarskentekenbewijs kan tonen. Deze naheffing is vanaf 1 januari 2024 teruggebracht naar drie maanden in plaats van twaalf maanden.
  3. De naheffing voor de mrb bij een verandering aan het motorrijtuig wordt per 1 januari 2024 verduidelijkt. Bijvoorbeeld als een bestelauto is omgebouwd naar een personenauto. Zo is duidelijker dat het niet uitmaakt of die verandering is aangebracht door de huidige of een vorige houder van het motorrijtuig, of dat het motorrijtuig altijd al in die specifieke toestand verkeerde.

Lees meer …Motorrijtuigbelasting - verschillende wijzigingen in naheffingen

  • Raadplegingen: 196

Ruim 1,5 miljoen mkb-bedrijven in Nederland

Aan het begin van 2024 telde Nederland ruim 1,56 miljoen mkb-bedrijven. Dat is bijna 69 procent meer dan tien jaar geleden, toen er bijna 927 duizend mkb-bedrijven waren. Er zijn relatief de meeste bedrijven bij gekomen in de uitgeverijen van software. De groei van het aantal mkb-bedrijven komt vooral door toename van het aantal zzp’ers. Dit blijkt uit recent verschenen cijfers van het CBS.

Het grootste deel van het mkb bestaat uit zzp’ers, ruim 1,25 miljoen. Dat aantal is bijna verdubbeld ten opzichte van 2014. Het aantal microbedrijven (2 tot 10 werkzame personen) is in die periode met ruim 13 procent gegroeid naar iets meer dan 258 duizend bedrijven. De kleinste groep van het mkb, het klein- en middenbedrijf (10 tot 250 werkzame personen), telde aan het begin van 2024 bijna 55 duizend bedrijven, ruim 15 procent meer dan tien jaar eerder.

Aantal energiebedrijven meer dan verdrievoudigd
Het aantal mkb-bedrijven in de bedrijfstak vervoer en opslag is in tien jaar tijd bijna verdubbeld naar ruim 66 duizend. Dit komt bijna volledig door de groei van het aantal zzp’ers en microbedrijven in deze bedrijfstak. Zo is het aantal zzp’ers in de bedrijfstakken taxivervoer en goederenwegvervoer (onder andere bezorgdiensten) meer dan verdrievoudigd. In de bouwnijverheid is het aantal zzp’ers meer dan verdubbeld naar ruim 231 duizend in de afgelopen tien jaar. Binnen de nijverheid (geen bouw) en energie is het aantal energiebedrijven meer dan verdrievoudigd, naar bijna 3 duizend.

Alleen in de horeca nam het aantal klein- en middenbedrijven sterker toe dan het aantal zzp’ers en microbedrijven, met name binnen de restaurants en andere eetgelegenheden. Ook binnen de informatie en communicatie nam het aantal klein- en middenbedrijven relatief toe, met name in de IT-dienstverlening. De groei van het klein- en middenbedrijf in de zakelijke dienstverlening komt onder andere door toename bij de architecten- en ingenieursbureaus en de arbeidsbemiddeling.

Vijf keer zoveel beveiligingsdiensten en kabelleggers
Op een gedetailleerder niveau van bedrijfstakken is het aantal uitgeverijen van software relatief het meest gegroeid in de afgelopen tien jaar. Begin 2024 waren er 305 mkb-bedrijven op dat gebied, ruim zes keer zoveel als in 2014. Het aantal particuliere beveiligingsdiensten (12 duizend) is meer dan vervijfvoudigd sinds 2014. Dat geldt ook voor het aantal mkb-bedrijven in de callcenters, buizen- en kabelleggers, en de drankenindustrie (vooral bierbrouwerijen). Het aantal webwinkels is in de afgelopen tien jaar ruim verdrievoudigd naar iets meer dan 101 duizend.

Er zijn ook bedrijfstakken waar het aantal mkb-bedrijven juist is afgenomen. Vergeleken met 2014 is de grootste afname bij draadgebonden telecommunicatie (-35 procent), tankstations (-28 procent), en drukkerijen (-21 procent). Het aantal cafés is in deze periode met 20 procent gedaald naar iets meer dan 8 duizend.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Ruim 1,5 miljoen mkb-bedrijven in Nederland

  • Raadplegingen: 215