Terug naar hoofdinhoud

Nederland blijft Europees innovatieleider ondanks teruglopend resultaat

De Nederlandse innovatiekracht blijft tot de Europese top behoren. Maar in het afgelopen jaar zijn de scores van diverse EU-landen waaronder Nederland verslechterd. Dat blijkt uit het toonaangevende European Innovation Scoreboard (EIS) dat is verschenen. Nederland is samen met Denemarken, Zweden en Finland gerangschikt als Innovatieleider en staat net als in 2023 achter dit drietal op de 4e plaats.

Innovatieleiders zijn de landen die meer dan 25% boven het EU-gemiddelde scoren. Nederland scoort dit jaar met 26% hier nog net boven. Het EIS beoordeelt op 32 indicatoren alle EU-lidstaten en vergelijkt deze resultaten met andere landen van binnen en buiten Europa. Het gaat onder meer om de hoeveelheid private en publieke investeringen in onderzoek en ontwikkeling, publiek-private samenwerking, innovatie binnen het mkb, digitalisering, octrooiaanvragen, kwaliteit van onderzoek en de mate van werkgelegenheid binnen innovatieve bedrijven.

Minister Dirk Beljaarts (Economische Zaken): “Het nieuwe kabinet zet in op een krachtig ondernemersklimaat, zodat kleine en grote bedrijven zich ook kunnen richten op innovatie. We zien op meerdere internationale ranglijsten dat Nederland tot de top behoort, maar ook langzaam terrein verliest. Bijvoorbeeld, omdat het mkb door regeldruk te weinig toekomt aan innovatie. We zetten door een gebrek aan financiering bovendien onvoldoende hoogwaardige kennis om in nieuwe producten en diensten.”

Sterkere en zwakkere punten Nederlandse innovatiekracht
De minister vervolgt: “De aandachtspunten in deze innovatieranglijst raken ons allemaal. Daarom is een aanpak hiervan nodig en onderdeel van mijn uitwerking van het regeerprogramma.”

Het EIS benoemt traditioneel sterke punten van Nederland zoals het opleidingsniveau van de bevolking, de kwaliteit van het onderzoek(systeem) waardoor er een hoog kennisniveau is. Digitale vaardigheden en de toepassing hiervan in innovatie scoren ook hoog. Recente verbeteringen in Nederland ten opzichte van 2023 zijn volgens het EIS de werkgelegenheid bij innovatieve bedrijven, de export van hoogtechnologische producten en de omzet behaald met innovatieve producten. Bij de laatste 2 indicatoren scoort Nederland echter nog wel laag ten opzichte van het EU-gemiddelde.

De relatief lage hoeveelheid private investeringen in innovatie is een zwak punt van Nederland. Hoewel dit in 2024 licht is verbeterd, scoort Nederland hiermee nog altijd ver onder het EU-gemiddelde, terwijl de hoeveelheid publieke investeringen en overheidsondersteuning voor private investeringen nog wel op of boven het EU-niveau zijn.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Nederland blijft Europees innovatieleider ondanks teruglopend resultaat

  • Raadplegingen: 67

Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders gepubliceerd

Het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid heeft de subsidieregeling ‘ondersteuning werkgevers inzet statushouders’ gepubliceerd. Deze subsidieregeling biedt werkgevers een financiële tegemoetkoming voor de extra begeleiding van statushouders op de werkvloer, gericht op het verkleinen van de taal- en cultuurverschillen.

De inzet van statushouders draagt bij aan het verminderen van de krapte op de arbeidsmarkt. Als statushouders gaan werken dan leren zij ook sneller de Nederlandse taal en cultuur. Statushouders worden zo sneller onderdeel van de Nederlandse samenleving. Deze subsidieregeling geeft werkgevers een impuls om statushouders duurzaam in te zetten in hun organisatie. De subsidieregeling is een aanvulling op de bestaande (financiële) ondersteuning die werkgevers via de regionale Werkgeversservicepunten kunnen krijgen bij onder andere werving en selectie, opleiding en begeleiding van werkzoekenden (waaronder statushouders).

Aanvraag in september
Van 2 september 2024 09:00 uur tot en met 30 september 2024 23:59 uur kan de subsidie worden aangevraagd door werkgevers via het Subsidieportaal van Uitvoering Van Beleid (UVB).

De subsidie is voor maximaal vier statushouders, voor een maximaal bedrag van € 24.000. Werkgevers kunnen voor de eerste statushouder € 8.000 aanvragen, voor de tweede statushouder € 6.000 euro en voor de derde & vierde statushouder elk € 5.000 euro.

De subsidie kan worden aangevraagd voor statushouders die vanaf 1 januari 2024 in dienst zijn getreden, of voor statushouders die nog niet eerder in dienst zijn geweest.

Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor de subsidie zijn er een paar voorwaarden:

  • De werkgever maakt een activiteitenplan. In het activiteitenplan wordt aangegeven hoe de begeleiding wordt georganiseerd, hoe de (organisatie-)cultuur wordt bijgebracht en hoe de Nederlandse taal en vaktaal op de werkvloer wordt geleerd;
  • De werkgever geeft aan voor welke statushouder(s) deze subsidie wordt gebruikt;
  • De werkgever verklaart dat na de subsidieverlening de statushouder(s) een (leer)-arbeidsovereenkomst aangeboden krijgt of krijgen voor minimaal 20 uur per week voor de duur van ten minste één jaar.

Handreiking voor werkgevers
Voor het maken van een activiteitenplan voor statushouders is er door het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid een handreiking voor werkgevers ontwikkeld. Hierin staan (algemene) tips & tricks over hoe werkgevers de begeleiding op de werkvloer effectief kunnen vormgeven.

Meer weten?
Voor meer informatie kunt u de gepubliceerde regeling en toelichting raadplegen. Ook op de pagina uitvoeringvanbeleidszw.nl is informatie over het aanvragen van de subsidie. Voor vragen kunt u ook terecht bij het werkgeversservicepunt in uw regio.

Medio augustus 2024 wordt een webinar gehouden over de 'Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders’ (SOWIS). Hier krijgt u een nadere toelichting op de regeling en is er ook gelegenheid tot het stellen van vragen.  U kunt zich binnenkort via de website uitvoeringvanbeleidszw.nl aanmelden.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders gepubliceerd

  • Raadplegingen: 114

Internetconsultatie: subsidieregeling om het werken van meer uren te faciliteren

Sectoren als zorg en welzijn, de kinderopvang en het onderwijs kampen met structurele personeelstekorten. Uitbreiding van het aantal gewerkte uren van mensen die in deeltijd werken draagt bij aan het oplossen van deze personeelstekorten. Zo kan de toegang tot zorg, onderwijs en kinderopvang verbeteren. Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid start een internetconsultatie voor een tijdelijke subsidieregeling. Deze subsidieregeling is gericht op het uitvoeren van interventies om het werken van meer uren te faciliteren. De interventies worden onderzocht op effectiviteit.

De subsidieregeling is een onderdeel van het Nationaal groeifondsprogramma Meer uren werkt!. In het programma richten het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kennispartners en andere betrokken partijen zich op de uitbreiding van het aantal gewerkte uren van deeltijdwerkers. Voor de subsidieregeling is in het beoogde eerste aanvraagtijdvak (13 januari 2025 tot en met vrijdag 14 februari 2025) €6.600.000 beschikbaar voor de uitvoering en evaluatie van zeven interventies. Het programma Meer uren werkt! loopt van 2024 tot en met 2033.

Minister Van Gennip: “Er zijn in Nederland circa 500.000 deeltijders die meer zouden willen en kunnen werken, indien zij daartoe in staat worden gesteld. Met dit programma helpen we hen daarbij. Hierdoor worden zij financieel onafhankelijker en pakken we arbeidsmarkttekorten in cruciale sectoren aan. Het is mooi dat we als overheid samen met onder meer kennispartners, werkgevers- en werknemersorganisaties en maatschappelijke organisaties de handen ineenslaan om urenuitbreiding voor deze groep mogelijk te maken.”

Interventies
De subsidieregeling richt zich in het eerste aanvraagtijdvak op zeven interventies. Vijf daarvan richten zich primair op de werknemers die in deeltijd werken in de sectoren zorg, kinderopvang en onderwijs. Dit gaat om: roostersessies, herstructurering van taken, het goede gesprek, combinatiebanen en mantelzorgvriendelijke organisaties. De twee overige interventies richten zich op werknemers in alle arbeidsmarktsectoren en hebben betrekking op het stimuleren van oudervriendelijke organisaties en het wegnemen van misverstanden rond marginale druk.

De subsidieregeling biedt de mogelijkheid voor brancheorganisaties, O&O-fondsen, werkgevers- en werknemersorganisaties en interventiepartners om aan de hand van de interventies werknemers op vrijwillige basis te stimuleren meer uren te werken. Een samenwerkingsverband kan een aanvraag doen voor de interventies (activiteiten) die zijn omschreven in de subsidieregeling. Voor alle activiteiten moet een aparte aanvraag worden ingediend. De interventiepartner is de partij die de interventie zal uitvoeren bij de deelnemende organisaties.

De internetconsultatie loopt van 24 juni tot en met 8 juli en is te raadplegen via internetconsultatie.nl.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Internetconsultatie: subsidieregeling om het werken van meer uren te faciliteren

  • Raadplegingen: 174

Iets minder faillissementen in mei

In mei zijn, voor zittingsdagen gecorrigeerd, 18 minder bedrijven failliet verklaard dan in april, meldt het CBS. Dat is een daling van 5 procent. De onderliggende trend van het aantal faillissementen is echter ruim 2 jaar stijgend. In de eerste vijf maanden van 2024 zijn er ruim 40 procent meer bedrijven failliet verklaard dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Aantal faillissementen loopt op
Het aantal voor zittingsdagen gecorrigeerde faillissementen fluctueert aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. Het aantal uitgesproken faillissementen piekte met 911 in mei 2013. Daarna nam het aantal faillissementen tot en met augustus 2017 af. Vervolgens bleef de trend tot medio 2020 redelijk vlak. Daarna is het aantal faillissementen verder afgenomen en bereikte in augustus 2021 met 109 een laagterecord. Vanaf mei 2022 lag het aantal faillissementen onafgebroken hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Meeste faillissementen in de handel
Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen zijn er in mei 316 bedrijven en instellingen (inclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Van alle bedrijfstakken had de handel het grootste aantal faillissementen, namelijk 63. Dat is 12 procent minder dan in april.

De handel behoort tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven. Relatief gezien werden er in mei de meeste faillissementen uitgesproken in de sector verhuur en handel van onroerend goed en de sector vervoer en opslag.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Iets minder faillissementen in mei

  • Raadplegingen: 80

Verplichte verzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen in internetconsultatie

Zelfstandigen krijgen straks recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als ze door langdurige ziekte niet meer het minimumloon kunnen verdienen (WML). Door een nieuwe verplichte verzekering lopen zij minder financiële risico’s door ziekte. Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid brengt deze Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) vandaag 11 juni in internetconsultatie, zodat betrokkenen op het wetsvoorstel kunnen reageren.

Zelfstandigen die ziek worden, lopen grote risico’s op een zware teruggang in inkomen. Zij kunnen zich hier particulier voor verzekeren. Maar in de praktijk doet een grote groep dat niet. Soms omdat de kosten te hoog zijn maar ook omdat zij geen verzekering kunnen afsluiten omdat zij bijvoorbeeld door hun leeftijd, medische aandoening of medische geschiedenis uitgesloten worden. Het kabinet wil daarom dat er voor zelfstandigen, net als voor werknemers, een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komt die voor iedereen toegankelijk is. Ook zorgt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor een gelijker speelveld tussen zelfstandigen onderling en tussen werknemers en zelfstandigen. Daarnaast voorkomt het dat risico’s rond arbeidsongeschiktheid worden afgewenteld op de samenleving.

De BAZ komt voort uit een voorstel van de Stichting van de Arbeid. Het is een onderdeel van het arbeidsmarktpakket. Dit pakket moet zorgen voor een beter werkende arbeidsmarkt. Ook is het een afspraak uit het pensioenakkoord. Het kabinet heeft het voorstel verder uitgewerkt met de werkgevers-, werknemers-, zelfstandigenorganisaties en verzekeraars. Tijdens de internetconsultatie toetsen de beoogde uitvoerders ook de uitvoerbaarheid van dit wetsvoorstel.

De BAZ is uitgewerkt aan de hand van drie uitgangspunten: betaalbaar, uitlegbaar en uitvoerbaar. De wet is als volgt vormgegeven:

  • De nieuwe verzekering wordt verplicht voor alle zelfstandigen die voor de inkomstenbelasting ‘winst uit onderneming’ genieten.
  • Zelfstandigen die een jaar ziek zijn geweest (de zogenaamde wachttijd), kunnen straks in aanmerking komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
  • Zelfstandigen krijgen deze uitkering als zij niet meer in staat zijn om door ziekte het minimumloon te verdienen. Dat is anders dan bij de werknemersverzekering, waarbij er niet alleen wordt gekeken naar wat iemand nog kan maar ook gekeken wordt naar wat iemand eerder verdiende.
  • De uitkering is 70 procent van de winst vóór arbeidsongeschiktheid, tot maximaal het minimumloon. De uitkering loopt tot de AOW-leeftijd.
  • Zelfstandigen gaan ongeveer 6,5 procent van hun winst uit onderneming aan premie betalen, tot maximaal ongeveer € 195 per maand gebaseerd op het minimumloon van 2024. Daarmee is er een duidelijke koppeling tussen de betaalde premie en de hoogte van de uitkering. De premie is fiscaal aftrekbaar.
  • Zelfstandigen die dit vangnet onvoldoende vinden, zich liever privaat verzekeren of al een arbeidsongeschiktheidsverzekering hadden, kunnen zich particulier blijven verzekeren: de zogenaamde opt-out. De private verzekering moet voldoen aan een aantal minimumvoorwaarden. Zo mag de hoogte van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid niet lager zijn dan die van de publieke verzekering, moet de premie minimaal gelijk zijn aan die van de publieke verzekering en moet de verzekering lopen tot de AOW-leeftijd. Daarnaast komt er overgangsrecht voor bestaande verzekeringen.

Minister Van Gennip: “Iedereen kan arbeidsongeschikt worden, bijvoorbeeld door een nare ziekte of een aanrijding. Dat heb je niet zelf in de hand. En als je ziek bent, is het extra naar als je ook nog in de financiële problemen komt. Met deze verzekering kunnen zelfstandigen uitgaan van een basisvangnet bij arbeidsongeschiktheid. En komen mensen niet zo maar in de bijstand met alle toetsen en het ‘opeten’ van het eigen vermogen als gevolg. Of worden ze afhankelijk van hun partner.’’

Lees meer informatie over deze plannen en over de internetconsultatie.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Verplichte verzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen in internetconsultatie

  • Raadplegingen: 87