Terug naar hoofdinhoud

Betere samenwerking schuldeisers om mensen met schulden te helpen

Om te voorkomen dat mensen met schulden te weinig geld overhouden om van te leven, moeten schuldeisers gegevens beter kunnen uitwisselen. Met een nieuwe wet wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een digitaal systeem opzetten. Daarin moeten schuldeisers melding doen als zij beslagleggen, zodat het eerder duidelijk is als meerdere organisaties een deel van het inkomen of de uitkering opeisen.

Het kan voorkomen dat meerdere partijen, zoals overheidsdiensten en private schuldeisers, tegelijkertijd beslagleggen. Doordat schuldeisers nu niet altijd van elkaars vorderingen op de hoogte zijn, wordt de beslagvrije voet soms niet goed berekend. De beslagvrije voet is juist bedoeld om een minimuminkomen te garanderen voor mensen met schulden. Het gevolg is dat jaarlijks zo’n 60.000 tot 70.000 mensen te weinig geld overhouden om van te leven.

Als een partij straks beslag wil leggen, moet die eerst in het digitale systeem controleren of er al andere organisaties zijn die beslag op een inkomen hebben gelegd of een openstaande schuld op een uitkering verrekenen. Indien nodig kunnen ze aanvullende informatie opvragen en berekenen of mensen genoeg geld hebben om meer schulden af te lossen.

Ook mensen met schulden en schuldhulpverleners krijgen toegang tot het digitale systeem. Zo kunnen ze zelf overzicht houden over lopende beslagen en verrekeningen.  

Kosten besparen

Bovendien kunnen schuldeisers straks voordat ze beslag leggen beter inschatten hoe groot de kans is dat ze hun geld krijgen. Als die kans klein is, kunnen ze ervoor kiezen geen beslag te leggen. Hierdoor maken ze minder onnodige kosten. Nu leggen schuldeisers jaarlijks zo’n 27.000 beslagen zonder resultaat. Schuldeisers kunnen zo’n € 5 miljoen besparen door van die beslagen af te zien. Ook besparen beslagleggers extra kosten doordat ze sneller informatie kunnen uitwisselen.

Het conceptwetsvoorstel ligt nu ter inzage. Reageren is mogelijk tot en met 6 februari 2026 via de internetconsultatie Wet Stroomlijning Keten voor Derdenbeslag.

Lees meer …Betere samenwerking schuldeisers om mensen met schulden te helpen

  • Raadplegingen: 18

Wat verandert er op 1 januari 2026?

Op 1 januari 2026 verandert er een aantal regels op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hieronder een overzicht van de wijzigingen.

Minimumuurloon

Het minimumuurloon stijgt door indexatie. Het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder gaat van € 14,40 naar € 14,71 bruto per uur. Voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar gelden vaste minimumjeugduurlonen. De minimumjeugduurlonen zijn afgeleid van het wettelijk minimumuurloon.

Uitkeringen

Alle uitkeringen stijgen door indexatie. Het gaat onder andere om de participatiewetuitkeringen (bijstand), IOAWIOAZAOWANWWezenuitkering, Wajong, WW, IOW, WIA, WAO, Ziektewet en Toeslagenwet.

Kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget

Ouders krijgen hogere vergoedingen als bijdrage in de kosten voor kinderen. Het gaat om de kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget.

Het kabinet investeert € 199 miljoen in een hogere kinderopvangtoeslag voor werkende ouders. Werkende ouders met een gezamenlijk inkomen tot € 56.412 krijgen daardoor 96% vergoed van de kosten tot de maximum uurprijs. Ouders met een hoger inkomen ontvangen ook een hoger vergoedingspercentage.

De maximum uurprijzen voor de kinderopvang gaan omhoog.  Dit betekent dat de maximum uurprijs voor de dagopvang € 11,23 is, voor de buitenschoolse opvang € 9,98 en voor de gastouderopvang € 8,49.

Het kindgebonden budget gaat iets omhoog voor alleenstaande ouders met een inkomen tot € 29.736. Ook krijgen stellen met een inkomen tot € 39.141 iets meer. Als het inkomen van de ouders hoger is dan deze bedragen, dan kunnen ouders wat minder kindgebonden budget krijgen.

De kinderbijslag stijgt door indexatie.

Participatiewet in balans

Het kabinet past de Participatiewet aan. Met eenvoudigere regels en meer financiële zekerheid als mensen vanuit de bijstand weer aan het werk gaan. De bijverdiengrenzen om te werken met behoud van uitkering worden verruimd. Er komen duidelijke regels voor het ontvangen van giften (tot € 1.200 per jaar, zonder dat dit invloed heeft op de uitkering). En gemeenten kunnen straks met terugwerkende kracht bijstand verlenen. Dit voorkomt dat mensen in de eerste periode zonder inkomsten zitten en hierdoor schulden opbouwen. Ook gaat de wet meer uit van vertrouwen in professionals in de uitvoering en van mensen in de bijstand.

Nieuw pensioenstelsel

Op 1 januari gaan er ruim 9,5 miljoen pensioenen over op het nieuwe stelsel. Daarmee is meer dan de helft van de deelnemers in 2026 over op het nieuwe stelsel.

Vrijstelling RVU-heffing omhoog

Werknemers die zwaar werk doen, kunnen door de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) 3 jaar eerder stoppen. Zij krijgen van hun werkgever een uitkering tot hun pensioenleeftijd. De werkgevers hoeven over die uitkering geen extra belasting (RVU-heffing) te betalen. Het bedrag stijgt door indexatie tot € 2.357 bruto per maand.

Om de RVU toegankelijker te maken voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen, kan de werkgever boven op de basis RVU-uitkering (netto gelijk aan een AOW-uitkering) maximaal € 300 bruto per maand extra meegeven. Cao-partijen kunnen daar afspraken over maken. Over het extra bedrag betalen werkgevers geen extra belasting over. 

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd blijft 67 jaar.

Wijzigingen loonkostenvoordeel
Voor oudere werknemers en werknemers met een arbeidsbeperking kunnen werkgevers het loonkostenvoordeel (LKV) krijgen. Voor oudere werknemers (56 jaar en ouder) wordt het loonkostenvoordeel afgeschaft per 1 januari 2026. Voor werknemers die vóór 1 januari 2024 in zijn dienst zijn gekomen houdt de werkgever het loonkostenvoordeel.

Voor werkgevers met meer dan 25 werknemers wordt het makkelijker om mensen met een arbeidsbeperking die vallen onder de doelgroep banenafspraak in dienst te nemen. Het loonkostenvoordeel banenafspraak geldt vanaf 2026 zolang de werknemer in dienst is. Eerder gold het LKV voor maximaal 3 jaar. Ook is nu geen speciale doelgroepverklaring van UWV meer nodig om dit voordeel te krijgen.

Van school naar duurzaam werk

Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen betere begeleiding bij de overgang van school naar werk. Gemeenten, scholen en doorstroompunten worden verplicht samen te werken om te voorkomen dat jongeren uitvallen. Zo gaan scholen aanvullende loopbaanbegeleiding aanbieden, ook nadat jongeren van school zijn. En bieden gemeenten meer preventieve en passende ondersteuning terug naar school, werk of een combinatie van werken en leren. De begeleiding is er voor jongeren tot 27 jaar van het mbo (niveau 1 en 2), vso, pro en vroegtijdig schoolverlaters.  

Transitievergoeding

De transitievergoeding bij ontslag gaat omhoog door indexatie en bedraagt maximaal € 102.000. Of, als het jaarsalaris hoger is dan € 102.000, maximaal 1 bruto jaarsalaris.

Caribisch Nederland

Het wettelijk minimumloon en de uitkeringen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba gaan omhoog door indexatie. Werknemers op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba krijgen ook recht op calamiteitenverlof en kortdurend zorgverlof. De kinderopvang wordt voor ouders betaalbaarder door de Wet kinderopvang BES. De wet draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen en maakt het voor ouders gemakkelijker om te werken. Huishoudens met een minimuminkomen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba krijgen een energietoeslag van $ 1.300 per jaar.

Lees meer …Wat verandert er op 1 januari 2026?

  • Raadplegingen: 45

Tussenstap aanpak regeldruk: kabinet schrapt en vereenvoudigt 218 regels voor ondernemers

Nederland is een regeldicht land. Veel regels zijn goed bedoeld: ze beschermen mensen, zorgen voor veiligheid en maken eerlijke concurrentie mogelijk. Maar in de praktijk zorgen de hoeveelheid regels, het papierwerk en tegenstrijdige verplichtingen ervoor dat ondernemen onnodig moeilijk wordt. Daarom is het kabinet, op voorstel van minister Karremans van Economische Zaken, in actie gekomen. Het doel: vóór de zomer van 2026 de regeldruk van 500 regels aanpakken. Inmiddels zijn de eerste 218 regels in beeld gebracht die worden geschrapt of vereenvoudigd, of al zijn aangepakt. Dat heeft Karremans vandaag bekendgemaakt op de OndernemersTop in Amersfoort.

Minister Karremans: “De reflex van de overheid is om risico’s weg te managen met regels, vaak tot ver achter de komma. Voor veel ondernemers vergaat daardoor de lust om te ondernemen. Dat verstikt ons ondernemingsklimaat en daarmee ons verdienvermogen. Daarom is snoeien in de regeldruk hoognodig.”

Sinds september hebben ministeries regels in kaart gebracht die ondernemers onnodig belasten. Daarbij is gebruikgemaakt van input van ondernemers en brancheorganisaties, onderzoeken bij MKB-indicatorbedrijven in 9 sectoren, signalen van het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) en evaluaties van bestaande wet- en regelgeving. Deze aanpak heeft geleid tot een lijst van 218 regels die nu daadwerkelijk worden aangepakt door de verantwoordelijke ministeries.

Voorbeelden daarvan zijn:

  • Geen jaarlijkse mobiliteitsrapportage meer voor bedrijven tot 250 medewerkers (IenW)
    Kleinere en middelgrote bedrijven hoeven niet langer bij te houden en te rapporteren hoe werknemers reizen. Hierdoor vervalt een jaarlijkse rapportageplicht en bijbehorende administratie.
  • Vrijstelling van de tachograafplicht voor lichte elektrische bedrijfsvoertuigen (IenW)
    Ondernemers die met elektrische bestel- en kleine vrachtwagens rijden, hoeven geen aparte apparatuur meer te installeren en arbeids- en rusttijden handmatig bij te houden. Dat bespaart kosten, controleverplichtingen en tijd.
  • Minder verplichte vragenlijsten van het CBS voor bedrijven (EZ)
    Ondernemers hoeven minder vaak en minder uitgebreid statistische formulieren in te vullen. Dat scheelt tijd, papierwerk en administratieve kosten.
  • Eerst een waarschuwing bij te late ziek- of herstelmeldingen bij het UWV (SZW)
    Werkgevers krijgen niet direct een boete als ze een ziekmelding per ongeluk te laat doen bij het UWV. Dat vermindert het risico op hoge kosten en scheelt bezwaarprocedures en juridisch werk.
  • Bedrijfsartsadvies wordt leidend bij UWV-toets voor re-integratie (SZW)
    Werkgevers kunnen voortaan vertrouwen op het oordeel van de bedrijfsarts, zonder angst dat het UWV daar later van afwijkt. Dat verkleint de kans op extra verplichtingen en langdurige, kostbare procedures.

Europese regels actief aangepakt

Een deel van de regeldruk komt voort uit Europese regelgeving. Nederland heeft zich aangesloten bij de vereenvoudigingsaanpak van de Europese Commissie en doet in dat kader ook zelf voorstellen om bestaande regelgeving eenvoudiger en werkbaarder te maken.

Daarnaast werkt het kabinet nauw samen met ondernemers- en uitvoeringsorganisaties om regels werkbaarder te maken. Een voorbeeld hiervan is de gezamenlijke aanpak rond anti-witwasregels, waarbij overheid, toezichthouders en het bedrijfsleven samenwerken om administratieve lasten te verminderen.

Kamerbrief Voortgang nieuwe aanpak regeldruk voor ondernemers

Lees meer …Tussenstap aanpak regeldruk: kabinet schrapt en vereenvoudigt 218 regels voor ondernemers

  • Raadplegingen: 39

Landbouwnormen: normen en richtlijnen voor eigen verbruik beschikbaar

Jaarlijks publiceert de Belastingdienst de 'Landelijke Landbouwnormen'. De normen voor eigen verbruik en richtlijnen voor privégebruik voor 2025 zijn nu beschikbaar.

Het gaat om de normen voor het eigen verbruik van de meest gangbare agrarische producten en richtlijnen voor het privégedeelte van de kosten van energie en water. Omdat u deze nodig hebt voor uw laatste btw-aangifte over 2025, zijn deze alvast bekendgemaakt.

De overige landbouwnormen komen in januari beschikbaar.

Landbouwnormen 2025: onttrekkingen voor eigen verbruik en privégebruik' downloaden

Lees meer …Landbouwnormen: normen en richtlijnen voor eigen verbruik beschikbaar

  • Raadplegingen: 32

Nieuwe toekenningen: €150 miljoen voor nieuwe woningen in heel Nederland

Gemeenten ontvangen in totaal circa €150 miljoen voor de bouw van ruim 16.5 duizend woningen. Dat maakt Mona Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, vandaag in een Kamerbrief bekend. Met de toekenning van middelen uit drie financiële regelingen komen projecten in heel Nederland van de grond die anders niet haalbaar zouden zijn. Zo krijgen woningzoekenden, en in het bijzonder studenten en andere aandachtsgroepen, sneller zicht op een betaalbare woning.

De aanvragen van gemeenten voor de bouw van ruim 16,5 duizend woningen zijn toegekend. Zij ontvangen bijdragen vanuit de Woningbouwimpuls (Wbi), de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA), én voor betaalbare woningen specifiek in de regio Eindhoven uit de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (WMRE).

“Gemeenten blijven met goede voorstellen voor woningbouwprojecten komen. Ook voor groepen die onze bijzondere aandacht nodig hebben, zoals studenten en dak- en thuislozen. En ook de gemeenten in de Regio Eindhoven, die zich gezamenlijk inspannen om aan de grote vraag naar woningen daar te voldoen, hebben veel goede voorstellen ingediend. Dat is goed nieuws voor woningzoekenden”, aldus Keijzer.

In samenwerking met de Provincie Noord-Brabant, ASML en 21 gemeenten, heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor woningbouw in de Metropoolregio Eindhoven. Extra woningbouw in deze regio is noodzakelijk om de economische groei te faciliteren. In deze eerste tranche van de WMRE ontvangen 5 gemeenten samen €22,2 miljoen voor de bouw van 1.700 woningen.

Vijftien gemeenten ontvangen Wbi voor de bouw van 6.712 woningen

Met de Wbi ondersteunt het Rijk gemeenten sinds 2020 bij de bouw van meer en betaalbare woningen. Het Rijk dekt vanuit de Wbi maximaal 50% van de publieke kosten die gemeenten maken bij woningbouwprojecten. Aanvragen worden beoordeeld door de onafhankelijke Toetsingscommissie Woningbouwimpuls, waarop deze advies uitbrengt aan de Minister.

In deze zevende ronde worden 16 aanvragen gehonoreerd in 14 gemeenten en 1 stadsregio, samen goed voor 6.712 woningen. Hiervan is 76% betaalbaar. Gemeenten ontvangen in totaal €48,7 miljoen aan bijdragen uit de Wbi. De gemiddelde bijdrage per woning, in de projecten die Wbi ontvangen, is ruim €9.000. Voor deze ronde was €120 miljoen beschikbaar. Het totaalbedrag waarvoor gemeenten aanvragen deden was €66 miljoen.

Sinds de eerste tranche in 2020 zijn ruim 230.000 woningen gestart met een bijdrage uit de Wbi, waarvan 68% betaalbaar. De regeling keert in 2026 in vernieuwde vorm terug. Aanvullend op de Realisatiestimulans,  een vaste bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw is gestart, is de Wbi bestemd voor complexe projecten die alleen met extra investeringen van de grond komen.

RHA voor studenten ruim overvraagd, totaal €74,3 miljoen toegekend

In deze tranche van de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen was €60 miljoen beschikbaar, waarvan €30 miljoen voor de realisatie van (onzelfstandige) studentenwoningen. Voor deze laatste categorie kwamen zoveel goede aanvragen binnen dat besloten is het budget op te hogen van €30 miljoen naar €49 miljoen. Voor de reguliere RHA worden aanvragen voor een totaal van €25,3 miljoen gehonoreerd.

In totaal worden deze ronde vanuit de RHA 80 projecten ondersteund, met een totale bijdrage van €74,3 miljoen. Hiermee komt de bouw van 8.251 nieuwe woningen van de grond. Daarvan zijn 5.446 voor studenten en 2.805 woningen voor overige aandachtsgroepen.

Met de RHA ondersteunt het Rijk gemeenten bij de bouw van betaalbare huurwoningen voor aandachtsgroepen; mensen met een specifieke woonvraag die zich in een kwetsbare positie bevinden en daardoor begeleiding en ondersteuning nodig hebben. De RHA in haar huidige vorm eindigt met deze laatste tranche en gaat op in de Realisatiestimulans.

Lees meer …Nieuwe toekenningen: €150 miljoen voor nieuwe woningen in heel Nederland

  • Raadplegingen: 13