Terug naar hoofdinhoud

Vanaf 1 januari 2026: BTWwft en BEH worden Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI)

Bureau Toezicht Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (BTWwft) en het Bureau Economische Handhaving (BEH) gaan vanaf 1 januari 2026 samen verder als nieuwe directie Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI). Deze directie neemt niet-fiscale taken en medewerkers over van de 2 huidige afdelingen van de Belastingdienst.

Het BTWwft en BEH, inclusief team Ultimate Beneficial Owners (UBO), vallen daarmee vanaf 1 januari 2026 niet meer onder de Belastingdienst, maar als DFEI onder het ministerie van Financiën.

Wat betekent deze verandering voor organisaties?

Alle lopende zaken en onderzoeken blijven doorlopen en gaan naar DFEI. Organisaties die eerder contact hebben gehad met een medewerker van BEH of BTWwft hoeven hiervoor zelf geen actie te ondernemen. Vanaf 1 januari 2026 krijgen zij e-mails en post van DFEI.

Tot en met 31 december 2025 vindt u de informatie van BTWwft en BEH nog op belastingdienst.nl. Vanaf 1 januari 2026 staat alle informatie over DFEI op rijksoverheid.nl.

Lees meer …Vanaf 1 januari 2026: BTWwft en BEH worden Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI)

  • Raadplegingen: 13

Kansen voor circulaire projecten in 2026: wat kan er?

Veel ondernemers en onderzoekers zetten zich in voor de circulaire economie. Zo kunnen zij een beroep doen op verschillende subsidieregelingen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voor 2026 is dat aanbod veranderd.

Onderwerp CE

Bij RVO zijn veel subsidies beschikbaar. Ook op het onderwerp circulaire economie (CE). Het aanbod voor 2026 is anders dan in 2025. Zo gaan sommige regelingen in 2026 niet opnieuw open, maar andere wel. Dankzij subsidieregelingen maken ondernemers de volgende stap in het circulair ondernemen. Nu en in de toekomst. Denk aan de subsidies Testen Circulaire Biopolyesters (STCB) en Circulair Plastics NL (CPNL).

Subsidie in 2026

Op Financiële steun bij circulaire projecten is te zien bij welke regelingen in CE ondernemers en onderzoekers zich kunnen melden in 2026 .

Deze regelingen openen niet voor aanvragen in 2026:

Alle projecten in bovenstaande regelingen die nog lopen of al zijn toegewezen, gaan gewoon door.

Kansen voor circulaire ondernemers

Er liggen veel kansen voor ondernemers en organisaties met een circulair idee of project. Ondernemers vragen de CPNL aan als ze meehelpen aan een economie waarin ze eerlijk en zuinig omgaan met producten en materialen. Zo gaan zij bijvoorbeeld aan de slag met partners om plastic te recyclen. Of denk aan de STCB. Deze subsidie is voor mkb’ers die actief (willen) zijn in de productieketen van biogebaseerde polyesters (op basis van koolhydraten van plantaardige, dierlijke of microbiologische herkomst). Ondernemers testen vaak innovaties binnen het eigen bedrijf. Dit kan via de subsidie Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+). Deze subsidie is voor ondernemers die bijvoorbeeld materialen recyclen of installaties geschikt maken voor gerecycled materiaal.

Bekijk de mogelijkheden

Veel ondernemers gebruiken de financiële regelingen van RVO al. Bekijk voor alle mogelijkheden voor steun bij circulair ondernemen de pagina Aan de slag in de circulaire economie.

Lees meer …Kansen voor circulaire projecten in 2026: wat kan er?

  • Raadplegingen: 20

Najaarsnota 2025: begrotingstekort daalt naar 1,8%

De Nederlandse overheidsfinanciën staan er op dit moment relatief goed voor. Naar verwachting daalt het begrotingstekort over 2025 naar 1,8% van het bruto binnenlands product (bbp). Een daling van 0,3% ten opzichte van de 2,1% die nog werd verwacht in de Miljoenennota 2026. De staatsschuld komt ook lager uit op 44,2% van het bbp. Dit staat in de Najaarsnota die minister Heinen van Financiën met de Tweede Kamer deelt.

Minister Heinen is positief over de verbetering van de overheidsfinanciën, maar wijst er ook op dat we ons niet rijk moeten rekenen. “Onze uitgangspositie is goed. Tegelijkertijd ligt er nog een opgave voor ons. We kunnen daarbij niet blijven rekenen op meevallers”, aldus Heinen.

Onderuitputting deels ingevuld

De afgelopen jaren gaven ministeries veelvuldig minder geld uit dan oorspronkelijk begroot (onderuitputting). Dit kwam onder andere doordat projecten niet door konden gaan wegens de krappe arbeidsmarkt. Daarom is in de begroting voor 2025 rekening gehouden met € 4,1 miljard in=uit-taakstelling vanwege doorgeschoven uitgaven en € 3 miljard aanvullende onderuitputting. Tot en met de Najaarsnota is daarvan € 2,5 miljard gerealiseerd. Er staat dus nog een opgave van € 4,6 miljard open, die bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk ingevuld moet zijn.

Bij de Miljoenennota en Voorjaarsnota 2025 zijn op diverse begrotingen plannen in een realistischer tijdspad gezet. Mede daardoor zien we dat de overheid beter in staat is om geplande uitgaven te voltooien.

Tekort en schuld

De raming van het begrotingstekort (EMU-saldo) van 1,8% van het bbp is een verbetering van 0,3% ten opzichte van de stand uit de Miljoenennota 2026. Dit komt met name door hogere belastinginkomsten. De staatsschuld daalt met 0,9% naar 44,2% van het bbp. Op Verantwoordingsdag (de derde woensdag van mei) worden de definitieve cijfers bekend in het Financieel Jaarverslag van het Rijk.

Najaarsnota 2025

Lees meer …Najaarsnota 2025: begrotingstekort daalt naar 1,8%

  • Raadplegingen: 29

Nederlander onterecht zelfverzekerd: 9 van de 10 herkent online oplichting niet altijd

Onderzoek Rijksoverheid toont kwetsbaarheid en zelfoverschatting aan onder Nederlanders bij herkenning van online oplichting. Nederlanders hebben grote moeite met het herkennen van online oplichting. Tegelijkertijd zegt de helft van de Nederlanders hier goed of heel goed in te zijn.

Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Verian, uitgevoerd in opdracht van de Rijksoverheid. 9 van de 10 Nederlanders weet online oplichting niet altijd te herkennen. 4 op de 10 van de Nederlanders (42%) overschat zichzelf: ze denken nep en echt beter te kunnen onderscheiden dan in werkelijkheid zo is. De Rijksoverheid waarschuwt met ‘Laat je niet Interneppen’ dat technologische ontwikkelingen, zoals kunstmatige intelligentie, maken dat online oplichting steeds moeilijker te onderscheiden is. Bijna 1 op de 3 Nederlanders (32%) maakt zich zorgen online opgelicht te worden.

De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek op een rij:

  • 9 van de 10 Nederlanders herkent online oplichting niet altijd: slechts 6% weet online misleiding consistent te onderscheiden.
  • Toch zegt 50% van Nederland goed of heel goed te zijn in het herkennen van online oplichting.
  • 42% overschat zijn eigen kunnen bij het onderscheid maken tussen echt en nep.
  • 73% zegt dat technologische ontwikkelingen het hen moeilijker gaat maken om oplichting te herkennen.
  • Nederlanders onder de 34 jaar beoordelen alle vormen van online oplichting als betrouwbaarder dan 55+'ers.
  • Nederlanders onder de 34 jaar klikken eerder op links van oplichters dan 55+'ers.
  • Van alle leeftijdsgroepen geven Nederlanders onder de 34 jaar het vaakst aan (heel) goed te zijn in het herkennen van online oplichting.

Echt en nep nauwelijks te onderscheiden

Oplichters gaan geraffineerd te werk. Zo kunnen met nieuwe technologieën, eerder gelekte persoonsgegevens eenvoudig worden misbruikt voor grootschalige, hyper-persoonlijke misleidings-berichten. De berichten bevatten bovendien steeds minder de vertrouwde kenmerken van online oplichting, zoals opzichtige taalfouten of verdacht uitziende links.

“Online oplichting is steeds moeilijker herkenbaar. Doordat het verschil tussen echt en nét echt zo klein is, en veel mensen zichzelf overschatten, lopen we meer risico dan we vaak denken. En juist daarom kan het iedereen overkomen”, zegt Foort van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid.

Nederlanders overschatten zichzelf

De helft van de Nederlanders (50%) zegt goed of heel goed te zijn in het herkennen van online oplichting. Uit het onderzoek blijkt echter dat Nederlanders zichzelf sterk overschatten: in de praktijk blijkt dat slechts 6% van alle pogingen tot online oplichting consequent als zodanig wordt herkend. Ruim 4 op de 10 Nederlanders (42%) schat hun vermogen te hoog in om onderscheid te maken tussen nep en echt. Dit onderstreept dat ook mensen die dit niet van zichzelf verwachten ook online opgelicht kunnen worden. Nederlanders onder de 34 jaar blijken gevoeliger voor online misleiding. Zij zeggen vaker dan andere leeftijdsgroepen dat ze online oplichting goed herkennen, maar klikken toch sneller op links van oplichters. Ook beoordelen zij nepberichten vaker als betrouwbaar dan 55+'ers.

Over het onderzoek

Deelnemers aan het onderzoek kregen een e-mail, sms'je, WhatsApp bericht, website en social-reel te zien die vergelijkbaar zijn met wat ze in het dagelijkse leven kunnen tegenkomen. Denk aan een e-mail van een online verkoopplatform, een sms van een postbedrijf, een video op social media van een bekende Nederlander, of een webshop.

De helft van de deelnemers zag de echte varianten, de andere helft zag varianten waarbij verschillende signalen van social engineering zijn toegevoegd. Deze nepberichten zijn ontwikkeld in samenwerking met ethisch hacker Yusuf Onay van het DIVD (Dutch Institute for Vulnerability Disclosure), om de validiteit van de onderzoeksresultaten te garanderen.

1 van de meest opvallende voorbeelden was een deepfake video, ontwikkeld in samenwerking met illusionist Victor Mids. De controlegroep in het onderzoek zag een echte social reel van de bekende illusionist, de experimentele groep zag de misleidende variant van deze video, waar dankzij AI een namaak-boodschap aan toe was gevoegd. De helft van de deelnemers had niet in de gaten dat het om een nepbericht ging.

Het kan iedereen overkomen: online oplichters worden steeds slimmer

3 op de 4 Nederlanders verwacht dat technologische ontwikkelingen het steeds moeilijker maken om online oplichting te herkennen.

Illusionist Victor Mids, die zich voor het onderzoek liet deepfaken: “Als illusionist speel ik in feite hetzelfde spel als wat je vaak ziet bij online oplichting: iets wordt als ‘echt’ gepresenteerd, waardoor je wordt misleid. Je brein maakt ergens in je besluitvorming een verkeerde aanname, en voor je het weet heb je bijvoorbeeld geklikt op een foutieve link. Ik vond het verbijsterend om te zien dat de helft van alle deelnemers niet doorhad dat er een deepfake van mij was gemaakt.”

Herken de signalen

Yoanne Spoormans, Cybercrime-specialist bij de politie, licht toe: “Misbruik van nieuwe technologie maakt online oplichting geloofwaardiger. Maar er zijn altijd signalen waar je aan kunt herkennen dat er iets vreemds aan de hand is. Online oplichters proberen je te overtuigen snel te handelen, bijvoorbeeld om een noodsituatie af te wenden, of omdat een product bijna uitverkocht is. Door deze tijdsdruk kun je niet meer kritisch nadenken. Dus moet er per se snel gehandeld worden? Wees dan alert en doe een stap terug. Bouw tijd in om de feiten en de afzender te controleren. Vraag hierbij het liefst ook advies van iemand die je vertrouwt. Klopt het niet of twijfel je? Klik dan weg. En ben je toch opgelicht? Doe dan altijd aangifte bij de politie. Dit kan in veel gevallen ook online. Het doen van aangifte helpt om de daders te stoppen en te voorkomen dat dit ook anderen overkomt.”

Laat je niet interneppen

De meerjarige campagne van de Rijksoverheid roept mensen op altijd 3 tellen te nemen voordat je ergens op klikt. Het doel is om Nederlanders te helpen online misleiding te herkennen en zo oplichting te voorkomen. Online criminelen worden steeds slimmer. Ze zetten je onder tijdsdruk, lokken je met een mooie aanbieding of doen zich voor als iemand die je vertrouwt met behulp van nieuwe technologieën om vervolgens je gegevens of geld te stelen. Op laatjenietinterneppen.nl vind je meer informatie over hoe dit soort online misleiding te herkennen is.

Lees meer …Nederlander onterecht zelfverzekerd: 9 van de 10 herkent online oplichting niet altijd

  • Raadplegingen: 17

Meer mensen in aanmerking huurtoeslag

Vanaf 1 januari 2026 komen ook mensen met een hogere huur in aanmerking voor huurtoeslag. Hierdoor kunnen meer huishoudens in Nederland huurtoeslag ontvangen. Ook kunnen jongeren van 21 en 22 jaar soms een hogere toeslag krijgen. Daarnaast tellen servicekosten vanaf 2026 niet meer mee in de berekening. Met een proefberekening kunnen huurders nu bekijken wat de wijzigingen voor hen betekenen.

“Vanaf januari kom je ook met een hogere huur in aanmerking voor huurtoeslag. Dat kan voor veel huishoudens een groot verschil maken. Door een proefberekening te maken weet je waar je aan toe bent wat betreft huurtoeslag in 2026”, zegt staatssecretaris Sandra Palmen van Herstel en Toeslagen.

Geen maximale huurgrens meer

Vanaf 2026 kan de huur niet meer te hoog zijn om huurtoeslag aan te vragen, zolang aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Het inkomen en vermogen van een huurder mogen bijvoorbeeld niet boven de toegestane grenzen uitkomen en de woning moet een zelfstandige woonruimte zijn. Zo geldt voor alleenstaanden in 2026 een maximale vermogensgrens van € 38.479.

Berekening toeslag in 2026

De hoogte van de huurtoeslag blijft onder andere afhankelijk van het inkomen en de huurprijs. Voor huurders vanaf 21 jaar wordt de toeslag berekend tot een maximale huur van € 932,93. Is de huur hoger, dan wordt over het deel boven dit bedrag geen toeslag berekend. Voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar geldt een maximale huurgrens van € 498,20. Bij een lagere huur wordt de toeslag berekend op basis van de daadwerkelijke huurprijs.

Jongeren van 21 en 22 jaar

In 2025 vielen jongeren van 21 en 22 jaar nog onder de lagere jongerengrens. Vanaf 2026 vallen zij niet meer onder die leeftijdsgrens, waardoor zij soms meer huurtoeslag kunnen ontvangen. In huishoudens met meerdere jongeren kijkt Dienst Toeslagen in principe naar de leeftijd van de oudste bewoner. Is deze 21 jaar of ouder, dan geldt de hogere maximale huurgrens. Eventuele uitzonderingen op de leeftijdsgrens staan op toeslagen.nl.

Servicekosten tellen niet meer mee

Vanaf 2026 telt Dienst Toeslagen bij de berekening alleen de kale huur. Servicekosten worden niet langer meegenomen. Ontvingen huurders in 2025 wel huurtoeslag over servicekosten, dan past Dienst Toeslagen dit automatisch aan.

Proefberekening maken

Met een proefberekening op toeslagen.nl/proefberekening kunnen huurders bekijken hoeveel huurtoeslag zij in 2026 kunnen ontvangen. Na het invullen van de persoonlijke situatie verschijnt een indicatie van de toekomstige toeslag. Wie in 2026 recht blijkt te hebben op huurtoeslag maar deze nog niet ontvangt, kan deze aanvragen via Mijn toeslagen op toeslagen.nl.

Huurders die al toeslagen ontvangen, krijgen in december 2025 een brief met het voorschotbedrag voor 2026 op basis van de bij Dienst Toeslagen bekende gegevens.

Veranderingen doorgeven

Ontwikkelingen in de persoonlijke situatie – zoals een hoger of lager inkomen, een verhuizing of het gaan samenwonen – kunnen van invloed zijn op de hoogte van huurtoeslag.

Lees meer …Meer mensen in aanmerking huurtoeslag

  • Raadplegingen: 13