Terug naar hoofdinhoud

Extra geld voor energiezuinige investeringen van bedrijven in 2025 en 2026

Ondernemers krijgen de komende 2 jaar meer ruimte om met belastingvoordeel te investeren in energiezuinige technieken. In 2025 is hiervoor € 431 miljoen beschikbaar, een verhoging van € 172 miljoen, vergeleken met 2024. In 2026 is dit € 460 miljoen. Zo geeft de overheid met de Energie-investeringsaftrek (EIA) een sterke prikkel aan energiebesparing, CO2-vermindering en duurzame economische groei. 

Belastingvoordeel op investeringen

De Energielijst is de basis van de EIA. Op deze lijst staan verschillende innovatieve, energiebesparende en duurzame energietechnieken. Bedrijven die investeren in bedrijfsmiddelen van de Energielijst, kunnen 40% van de investeringskosten aftrekken van hun fiscale winst. En hebben daardoor belastingvoordeel. 

Wijzigingen in de Energielijst

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) past de lijst elk jaar aan. Voor 2025 zijn er bedrijfsmiddelen toegevoegd en verwijderd. Ook zijn de eisen van een aantal investeringen aangepast.

Onder bepaalde voorwaarden wél Energie-investeringsaftrek

Zo is bijvoorbeeld bij investeringen in zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking het niet langer verplicht dat deze aangesloten zijn op een kleinverbruikersaansluiting (maximaal 3 x 80 ampère). Hierdoor hebben bedrijven die investeren in een zonnepaneelsysteem op een grootverbruikersaansluiting en hiervoor geen SDE++-subsidie kunnen krijgen, nu onder bepaalde voorwaarden wél belastingvoordeel van de EIA.

Aansluiten bij marktontwikkelingen

Enkele bedrijfsmiddelen op de Energielijst zijn daarnaast aangepast om beter aan te sluiten bij marktontwikkelingen. Voorbeelden zijn: 

  • bedrijven die investeren in warmtepompen voor gebouwen. Zij moeten nu voldoen aan hogere Seasonal Coëfficiënt Of Performance( SCOP)-eisen;
  • investeringen in warmtepompen. Door de warmtepompen uit te breiden met een extra temperatuurstap, krijgen ook deze nu belastingvoordeel;
  • hogere maximale investeringsbedragen voor isolatie in bestaande constructies en isolerende beglazing. Door stijgende marktprijzen stijgt zo ook het belastingvoordeel op deze investeringen.

Toevoeging van boilersysteem op ijzerbrandstof

De overheid wil de introductie van technisch bewezen innovaties sterk ondersteunen. Een opvallende toevoeging aan de lijst is het boilersysteem op ijzerbrandstof. Dit innovatieve systeem kan gasgestookte boilers vervangen. Het systeem levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de energietransitie, de overgang van fossiele brandstof naar duurzame energie.

Slimme energiesystemen en netbalancering verwijderd

Het verdienmodel voor technieken die bijdragen aan het in balans houden van vraag en aanbod van elektriciteit op het elektriciteitsnet (netbalancering) wordt steeds aantrekkelijker. Bij sommige investeringen is de terugverdientijd inmiddels minder dan 5 jaar. Om deze reden zijn investeringen in een 'intelligent lokaal energienetwerk' (smart grid) en netbalancering door actieve sturing van installaties van de lijst gehaald. Voor deze investeringen krijgen bedrijven geen belastingvoordeel meer.

Meer weten?

Bekijk de Energie-investeringsaftrek voor ondernemers
Bekijk de wijzigingen op de Energielijst 2025
Bekijk praktijkverhalen van ondernemers over de EIA

Bron: rvo.nl

Lees meer …Extra geld voor energiezuinige investeringen van bedrijven in 2025 en 2026

  • Raadplegingen: 27

Belastingplan 2025: overgangsregeling voor btw-tarief op logies en btw-tarief op cultuur, sport en media

Het Belastingplan 2025 bevat een maatregel waarmee de btw op logies en de btw op cultuur, sport en media per 1 januari 2026 omhoog gaat van 9% naar 21%. Daarnaast geldt een overgangsregeling.

Voor logies geldt de volgende overgangsregeling:
- Gaat het om overdrachten van vouchers voor enkelvoudig gebruik en betalingen die worden gedaan in 2025, voor prestaties die gelden voor 2026 en later? Dan brengt de ondernemer 21% btw in rekening.

Voor cultuur, sport en media geldt de volgende overgangsregeling:
- Gaat het om overdrachten van vouchers voor enkelvoudig gebruik en betalingen die worden gedaan tot en met 30 juni 2025, voor prestaties die gelden voor 2026 en later? Dan brengt de ondernemer 9% btw in rekening.

- Gaat het om overdrachten van vouchers voor enkelvoudig gebruik en betalingen die worden gedaan na 30 juni 2025, voor prestaties die gelden voor 2026 en later? Dan brengt de ondernemer 21% btw in rekening.

De btw-verhoging op cultuur, sport en media geldt onder meer voor:

  • de levering van kunstvoorwerpen en verzamelingen en de invoer daarvan
  • boeken, e-books, kranten en tijdschriften, en het uitlenen daarvan
  • het verlenen van toegang tot sportscholen (fitness, skibanen, schaatsbanen en sportlessen op locatie, yoga-studio’s etc.) en zwembaden
  • openbare musea
  • concerten, muziekfestivals, toneel-, cabaret- en dansvoorstellingen en musicals
  • toegang geven voor sportwedstrijden (ook door niet-commerciële sportverenigingen)

    Voor bioscopen, attractieparken, speeltuinen, siertuinen, circussen, kermissen en dierentuinen blijft het btw-tarief van 9% gelden.

    Onderzoek naar alternatieve maatregel voor btw-verhoging op cultuur, sport en media
    Er wordt op dit moment nog onderzoek gedaan naar een alternatieve maatregel voor de btw-verhoging op cultuur, sport en media. 

    Bron: belastingdienst.nl

    Lees meer …Belastingplan 2025: overgangsregeling voor btw-tarief op logies en btw-tarief op cultuur, sport en...

    • Raadplegingen: 75

    €100 miljoen extra budget in 2025 voor onderzoek en ontwikkeling bedrijven

    De belangrijkste innovatieregeling voor ondernemers is in 2025 € 100 miljoen hoger. Het extra budget is voor de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) van het ministerie van Economische Zaken. Met deze subsidie is het voor ondernemers aantrekkelijker om te investeren in het onderzoek naar en de ontwikkeling van innovatieve technologie, diensten en producten.

    De WBSO-subsidie komt bedrijven fiscaal tegemoet in een deel van hun loonkosten en andere noodzakelijke uitgaven voor het doen van onderzoek en ontwikkeling (R&D). Innoveren is daarmee goedkoper en dus aantrekkelijker voor ondernemers. Door deze € 100 miljoen extra stijgt het totale budget naar ruim  € 1,6 miljard. De ophoging moet ook bijdragen aan de doelstelling van het kabinet om in 2030 3% van het bruto binnenlands product (bbp) te besteden aan innovatie. Met de goedkeuring van het Belastingplan door de Eerste Kamer is de wijziging per vandaag definitief.

    Minister Dirk Beljaarts (Economische Zaken): “Voor onze gezondheid, veiligheid en onze toekomstige banen en inkomsten moeten we meer privaat investeren in innovatie. Dat is bovendien geen luxe, maar is noodzakelijk voor onze maatschappij en economie. Goed nieuws dus, dat het WBSO-budget structureel is opgehoogd. De private uitgaven in ons land blijven namelijk achter ten opzichte van andere landen. Dat moet beter. Ik blijf daarom kleine en grotere ondernemers oproepen om meer te doen aan innovatie en hiervoor ook de WBSO of andere innovatieregelingen te gebruiken.”

    Parameters WBSO

    Tarief 2024 2025*
    Tarief 1e schijf 32% 36%
    Tarief 1e schijf starters 40% 50%
    Grens 1e schijf € 350.000 S&O-grondslag € 380.000 S&O-grondslag
    Tarief 2e schijf 16% 16%

    Een verruiming van de parameters is positief voor de gebruikers. De eerste schijf gebruikt elke ondernemers: zowel mkb’ers als het grootbedrijf. Starters krijgen een nog hoger percentage waarmee extra onderzoek en ontwikkelen kan worden aangejaagd. Nederlandse bedrijven hebben in 2023 voor een recordbedrag (€ 8,7 miljard) met steun vanuit de WBSO geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.

    Meer over de WBSO via rvo.nl/wbso.

    Bron: rijksoverheid.nl

    Lees meer …€100 miljoen extra budget in 2025 voor onderzoek en ontwikkeling bedrijven

    • Raadplegingen: 47

    Wat verandert er in 2025?

    In 2025 verandert er een aantal regels op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hieronder vindt u een overzicht van de wijzigingen.

    Minimumuurloon
    Het minimumuurloon stijgt door indexatie. Het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder gaat van € 13,68 naar € 14,06 bruto per uur.  Voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar gelden vaste minimumjeugduurlonen. De minimumjeugduurlonen zijn afgeleid van het wettelijk minimumuurloon.

    Uitkeringen
    Alle uitkeringen stijgen door indexatie. Het gaat onder andere om de Participatiewetuitkeringen (bijstand), IOAW, IOAZ,  AOWANWWezenuitkering, Wajong, WW, IOW, WIA, WAO, Ziektewet en Toeslagenwet.

    Kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget
    Ouders krijgen hogere vergoedingen als bijdrage in de kosten voor kinderen. Het gaat om de kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget.

    Gezinnen met een inkomen tussen ongeveer € 29.400 en € 159.200 krijgen een groter deel van de kosten voor kinderopvang vergoed. Als voorbeeld: een gezin met één kind op de opvang en een gezamenlijk inkomen van € 45.000 krijgt nu 87,3% van de kosten tot de maximum uurprijs terug. In 2025 krijgen zij 96,0% van de kosten tot de maximum uurprijs vergoed.

    De maximum uurprijzen voor de kinderopvang gaan omhoog.  Dit betekent dat de maximum uurprijs voor de dagopvang € 10,71 is, voor de buitenschoolse opvang € 9,52 en voor de gastouderopvang € 8,10.

    Het kindgebonden budget gaat met maximaal € 75 per kind omhoog. De kinderbijslag stijgt door indexatie.

    AOW-leeftijd
    De AOW-leeftijd blijft 67 jaar.

    Taaleis kinderopvang
    Voor pedagogisch medewerkers in de kinderdagopvang geldt vanaf 1 januari een taaleis. Zij moeten minimaal niveau 3F of B2 voor mondelinge taalvaardigheid hebben. Het gaat daarbij om spreken, gesprekken voeren en luisteren. De pedagogisch medewerkers voorschoolse educatie moeten niveau 3F ook beheersen voor leesvaardigheid.

    Gratis schoolmaaltijden
    Voor leerlingen die dit het hardste nodig hebben, zijn er ook in 2025 gratis schoolmaaltijden. Ook in Caribisch Nederland wordt het programma van gratis schoolmaaltijden voortgezet.

    Opheffing handhavingsmoratorium
    De Belastingdienst gaat weer volledig handhaven op schijnzelfstandigheid. Bedrijven en organisaties die mensen als zzp’er inhuren voor werk dat niet zelfstandig wordt gedaan, maar waarbij iemand wordt aangestuurd, kunnen dan weer een boete en naheffingen krijgen. Door het arbeidsrecht weer volledig te handhaven wil de overheid uitbuiting tegengaan, zorgen voor eerlijke concurrentie tussen bedrijven en de houdbaarheid van de sociale zekerheid waarborgen. Er geldt een overgangsperiode van 1 jaar waarin werkgevers en werkenden nog geen vergrijpboete krijgen als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid.

    Lage-inkomensvoordeel verdwijnt
    Het lage-inkomensvoordeel (LIV) dat werkgevers krijgen voor mensen met een laag inkomen vervalt per 1 januari.

    Wijzigingen loonkostenvoordeel
    Voor oudere werknemers en werknemers met een arbeidshandicap kunnen werkgevers het loonkostenvoordeel krijgen. Voor oudere werknemers (56 jaar en ouder) wordt het loonkostenvoordeel stapsgewijs afgebouwd. Dat houdt in dat het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen op of na 1 januari 2024 wordt verlaagd (per 1 januari 2025) en afgeschaft (per 1 januari 2026). Voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het loonkostenvoordeel wel gewoon gelden.
    Daarnaast worden de criteria verruimd van het loonkostenvoordeel voor het herplaatsen van een werknemer met een arbeidshandicap. Met de verruiming komen werkgevers in meer gevallen in aanmerking voor loonkostenvoordeel wanneer zij een werknemer met een arbeidshandicap gedeeltelijk herplaatsen in de eigen functie of (geheel of gedeeltelijk) ergens anders in het bedrijf.

    WW-premie en overwerk
    De kosten van overwerk in de WW-premie gaan omlaag bij grote vaste contracten. Om werkgevers flexibiliteit te bieden, mag een werknemer 30 procent overwerken naast de uren van het vaste contract. Als een werknemer, naast het vaste aantal uren, gemiddeld meer dan 30 procent overwerkt, geldt voor dat hele jaar het hoge WW-tarief met terugwerkende kracht. De grotere arbeidscontracten waarbij een werknemer gemiddeld 35 uur of meer per week werkt zijn van deze regel uitgezonderd. Deze uitzondering wordt verruimd naar contracten met gemiddeld meer dan 30 uur per week.

    Transitievergoeding
    Door indexatie gaat de transitievergoeding bij ontslag omhoog. De vergoeding is in 2025 maximaal € 98.000.

    Caribisch Nederland
    Het wettelijk minimumloon, de uitkeringen en kinderbijslag op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba worden verhoogd vanwege de prijsontwikkeling in 2024. Voor Bonaire stijgt het minimumloon met 2,5% naar $ 10,35 per uur, op Sint-Eustatius met 3,1% naar $ 10,41 per uur en op Saba met 2% naar 10,30 per uur. AOV-gerechtigden met een volledige opbouw ontvangen vanaf januari 2025 $ 1525 per maand op Bonaire, $ 1.534 op Sint-Eustatius en $ 1517 op Saba. Daarnaast worden de onderstand en andere uitkeringen ook aangepast. Ook de kinderbijslag gaat omhoog. Ouders en verzorgers ontvangen voortaan $ 231 per maand per kind op Bonaire, $ 223 op Sint-Eustatius en $ 230 Saba. Om werkgevers tegemoet te komen bij de hogere loonkosten door de verhoging van het wettelijk minimumloon in 2024, gaan de werkgeverspremies per 1 januari 2025 met 1,6% omlaag.

    Bron: rijksoverheid.nl

    Lees meer …Wat verandert er in 2025?

    • Raadplegingen: 82

    Regels wegwerpbekers en bakjes geëvalueerd, kleine aanpassing

    De maatregelen om het gebruik van wegwerpbekers en -bakjes die plastic bevatten te verminderen, lijken te werken. Dat blijkt uit een evaluatie die het ministerie van IenW heeft laten uitvoeren. Wel ervaren ondernemers knelpunten in de praktijk en zijn de regels op punten onduidelijk. Daarom stuurt staatssecretaris Chris Jansen (Milieu) waar nodig bij door de regels aan te passen. Dat heeft hij aan de Tweede Kamer laten weten.

    Sinds 1 juli 2023 betaal je bij consumptie onderweg extra voor wegwerpbekers en -bakjes die (deels) gemaakt zijn van plastic. Sinds 1 januari 2024 zijn bekers en bakjes voor eenmalig gebruik die plastic bevatten bij consumptie ter plaatse verboden. Herbruikbaar is de norm.

    De regels rondom wegwerpplastic komen voort uit Europese regelgeving. Iedere lidstaat moet een ambitieuze en aanhoudende reductie in het gebruik van plastic wegwerpbekers en -bakjes bereiken. Nederland heeft dit vertaald naar het doel om in 2026 tot een reductie van 40 procent te komen ten opzichte van 2022. De regels rondom wegwerpbekers en -bakjes zijn opgesteld om dat doel te halen.

    Doelstelling haalbaar
    Het lijkt erop dat de Nederlandse doelstelling gehaald wordt, blijkt uit de evaluatie. Daarmee komt Nederland de Europese verplichting na. Dit kan pas in 2025 cijfermatig vast gesteld worden.

    In de evaluatie zijn ondernemers en consumenten bevraagd en zijn signalen van de inspectie meegenomen. Het rapport laat zien dat de regels effectiever en duidelijker kunnen. Dat is vooral zo bij consumptie onderweg. Bij consumptie ter plaatse lijkt het goed te lopen. Hier wordt het grootste resultaat geboekt.

    Regels aangepast
    Staatssecretaris Jansen ziet in de evaluatie reden om de regelgeving te wijzigen en zo de maatregelen effectiever en duidelijker te maken voor ondernemers en consumenten. Zo blijft Nederland op koers om de Europese verplichting rond wegwerpplastic te halen.

    Staatssecretaris Jansen: “Ik ben blij te zien dat we op de goede weg zijn. Door minder bekers en bakjes na één keer gebruik meteen weg te gooien, zorgen we voor minder zwerfafval. Ik vind het belangrijk dat zowel consumenten als ondernemers weten wat van hen verwacht wordt. Dit blijkt beter te kunnen. Daarom wordt de regelgeving verduidelijkt.”

    Om de regels duidelijker en eenduidiger te maken, worden de volgende aanpassingen gedaan:

    Voor afhalen en bezorgen (consumptie onderweg):

    • Als je nu onderweg iets te eten of drinken haalt, moet je een meerprijs betalen voor een wegwerpbeker of -bakje met plastic. Ondernemers zijn nu nog vrij om zelf een bedrag te kiezen, met als gevolg een te grote variatie en onduidelijkheid voor de consument.
    • Daarom wordt dit aangepast. Je betaalt straks 25 cent voor een plastic beker of een maaltijd in plastic bakje(s) voor eenmalig gebruik.
    • Dit bedrag hoef je niet te betalen als je gebruik maakt van een herbruikbare verpakking.
    • De meerprijs geldt alleen als jouw eten of drinken ter plaatse in de verpakking gedaan wordt. De meerprijs wordt afgeschaft voor thuisbezorging en voorverpakte producten, zoals maaltijdsalades in de supermarkt.

    Voor consumptie ter plaatse (bijvoorbeeld kantoren, restaurants, kantines):

    • Ondernemers konden onder bepaalde voorwaarden beroep doen op een uitzondering op de regels rondom bekers en bakjes voor consumptie ter plekke.
    • Deze uitzondering wordt versmald. Alleen op gesloten evenementen geldt dat straks nog. Verder blijft herbruikbaar bij consumptie ter plaatse overal de norm. Alleen zorginstellingen en gesloten instellingen (zoals gevangenissen) mogen hiervan afwijken.

    De bedoeling is dat de nieuwe regels ingaan vanaf 1 januari 2026, zodat ondernemers genoeg tijd hebben om zich hierop voor te bereiden. In de tussentijd blijft de regelgeving gelden die er nu is. Staatssecretaris Jansen heeft een aanwijzing aan de ILT hierover om de handhaving aan te passen namelijk verlengd van 31 december 2024 tot en met 31 december 2025.

    Regels voor eenmalige plastic bekers en bakjes
    Deze maatregelen zijn onderdeel van een groter geheel. Ze komen voort uit de Europese Single Use Plastics (SUP) Richtlijn die als doel heeft om de impact van wegwerpplastic op het milieu te verminderen. Dit draagt bij aan een schonere leefomgeving.

    Bron: rijksoverheid.nl

    Lees meer …Regels wegwerpbekers en bakjes geëvalueerd, kleine aanpassing

    • Raadplegingen: 69