Terug naar hoofdinhoud

Meer restaurants en catering, minder cafés

Het aantal restaurants in Nederland is sinds 2007 met 58 procent toegenomen en het aantal bedrijven in de eventcatering is ruim verzesvoudigd. Het aantal cafés is juist met 33 procent afgenomen. Dat meldt het CBS op basis van de nieuwste cijfers over het aantal bedrijven in Nederland.

Het totaal aantal bedrijven in de eet- en drinkvoorziening nam tussen 1 oktober 2007 en 1 oktober 2024 met 83 procent toe, van bijna 38 duizend tot 69 duizend. De meeste groei zat echter in eenpersoonsbedrijven in de eventcatering. Zonder eventcatering was er een groei van 25 procent in de eet- en drinkvoorziening.

De meeste eet- en drinkvoorzieningen zijn eventcatering (27 duizend bedrijven), gevolgd door restaurants (16 duizend), overige eetgelegenheden (snackbars, fastfoodrestaurants, lunchrooms, eetkramen en ijssalons met ook 16 duizend), cafés (8 duizend) en kantines en contractcatering (duizend).

Groei vooral eenpersoonsbedrijfjes in de eventcatering
Het aantal eenpersoonsbedrijven in de eet- en drinkvoorziening is bijna verdrievoudigd tussen 2007 en 2024. In de eventcatering is het aantal eenpersoonsbedrijven nu zelfs bijna tien keer zo groot als in 2007. Zonder de kleine bedrijven was de groei in bedrijven die eten en drinken aanbieden niet 83 procent, maar 32 procent.

Eet- en drinkvestigingen in Flevoland verdrievoudigd
Een bedrijf kan meerdere vestigingen hebben, daarom zijn er meer vestigingen in de eet- en drinkvoorziening (ruim 74 duizend) dan bedrijven (bijna 68 duizend op 1 januari 2024). Het aantal bedrijfsvestigingen in de eet- en drinkvoorziening is het hardst gegroeid in Flevoland, met een verdrievoudiging tussen 2007 en 2024. De top drie van groei wordt gecompleteerd door twee provincies die tevens in de top drie staan bij de grootste economische groei: Noord-Holland en Utrecht. In deze drie provincies is het aantal inwoners ook het meest toegenomen ten opzichte van 2007.

Bijna de helft van alle eet- en drinkvoorzieningen in Holland
De meeste eet- en drinkvoorzieningen zijn in Noord-Holland (25 procent), Zuid-Holland (21 procent) en Noord-Brabant (13 procent). Deze drie provincies zijn dus samen goed voor 59 procent van alle eet- en drinkvoorzieningen in Nederland.

Ook per inwoner meeste eet- en drinkvoorzieningen in Noord-Holland
Noord-Holland blijft met meer dan 600 eet- en drinkvoorzieningen per 100 duizend inwoners de provincie met meeste vestigingen per inwoner. De relatief toeristische provincies zoals Zeeland (bijna 500 per 100 duizend inwoners) en Limburg (meer dan 400 per 100 duizend inwoners) komen op respectievelijk plek twee en vier.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Meer restaurants en catering, minder cafés

  • Raadplegingen: 64

Akkoord over vroegpensioen voor zwaar werk en gezond doorwerken

Het kabinet, vakbonden en werkgevers hebben een onderhandelaarsakkoord bereikt over een structurele en gerichte vroegpensioenregeling voor mensen met zwaar werk. Door dit brede pakket aan maatregelen doen we recht aan mensen met een zwaar beroep.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum: “Ik ben blij dat er een gerichte oplossing is voor mensen met een zwaar beroep. Daarnaast hebben we afgesproken om het vroegpensioen zorgvuldig en verantwoord in te zetten. Dit is belangrijk vanwege de grote tekorten op de arbeidsmarkt. Daarbij presenteren we een stevige aanpak om te voorkomen dat mensen al vroeg op zijn, maar dat ze op een gezonde manier kunnen doorwerken.”

FNV-voorzitter Tuur Elzinga: “Dankzij de actie en stakingen van al die mensen met zwaar werk hebben we nu een betere en permanente regeling. Het belangrijkste is dat mensen met zwaar werk nu zekerheid hebben. We zijn blij met dit onderhandelaarsakkoord en gaan het nu aan het FNV Ledenparlement voorleggen.”

VNO-voorzitter Ingrid Thijssen: “Wij zijn blij dat er een evenwichtig akkoord is bereikt; met enerzijds continuering en verbetering van de RVU voor de mensen met echt zwaar werk en een kleine beurs die het niet lukt om gezond en werkend hun pensioen te halen, en anderzijds een ambitieuze agenda duurzame inzetbaarheid voor de langere termijn. Daar liggen uiteindelijk de echte oplossingen.”

De huidige tijdelijke vroegpensioenregeling is een afspraak uit het pensioenakkoord uit 2019. Deze regeling loopt volgens afspraak af eind 2025. Er is nu afgesproken dat er voor werknemers die dat echt nodig hebben, óók na 2025 een regeling is om met vervroegd pensioen te gaan. Vakbonden en werkgevers kunnen dus aan de cao-tafel overeenkomen om mensen met een zwaar beroep drie jaar eerder met pensioen te laten gaan.

Op dit moment krijgen mensen die met vervroegd pensioen gaan een bedrag dat vergelijkbaar is met een netto AOW-uitkering. In de structurele regeling is er voor mensen in knellende situaties er daar bovenop ruimte om iemand maximaal 3600 euro bruto per jaar extra te bieden. Op die manier wordt de RVU-regeling ook voor mensen met een laag inkomen of een laagaanvullend pensioen toegankelijker.

Er is gekozen voor een gerichte aanpak, zodat vroegpensioen mogelijk wordt voor de mensen die het echt nodig hebben. Er is afgesproken dat RVU-afspraken bij cao-afspraken altijd een onderbouwde afbakening bevatten van de doelgroep, gericht op belastende functies en werkzaamheden. Werkgevers en werknemers spreken af om, een door het ministerie erkende derde partij, in te schakelen om de afbakening te valideren. Ook wordt gekeken of het mogelijk is om via wetgeving beter te waarborgen dat de regeling uitsluitend gericht is op werknemers met zwaar werk.

Agenda voor duurzame inzetbaarheid
Langer doorwerken vraagt iets van iedereen, maar in het bijzonder van mensen die langdurig zwaar werk verrichten. Om ook hen in staat te stellen zo lang mogelijk gezond aan het werk te blijven is op de werkvloer blijvend aandacht nodig voor duurzame inzetbaarheid, van het begin tot het eind van de loopbaan.

Het kabinet en de sociale partners hebben afgesproken om voor mei 2025 samen hun gerichte en doeltreffende duurzame inzetbaarheidsagenda te presenteren om mensen gezond te laten doorwerken tot aan de pensioenleeftijd.

Ook kijken ze naar de mogelijkheden rond verlofsparen en manieren om de overgang van werk naar pensioen soepeler te maken. De middelen die overblijven uit de huidige maatwerkregeling gaan we inzetten om duurzame inzetbaarheid te bevorderen.

Evaluatie van de afspraken
Kabinet en sociale partners starten een proces van gezamenlijke jaarlijkse rapportage en monitoring met driejaarlijkse ijkmomenten, gericht op het hele pakket. Door de maatregel over tijd steeds te wegen, kunnen we zien of we op de goede weg blijven zitten. Dit vraagt een goede samenwerking tussen overheid en sociale partners.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijft halfjaarlijks rapporteren over het RVU-gebruik. Bij de signaalwaarde van 15.000 gaan kabinet en sociale partners gezamenlijk in gesprek over de oorzaken, de gerichtheid en bijsturen.

Reacties
CNV-voorzitter Piet Fortuin: “Eindelijk is er perspectief voor mensen in een zwaar beroep. Nederland is voor langdurig staken behoed dankzij dit akkoord. In ons rijke land moet eerder stoppen de normaalste zaak van de wereld zijn als je een zwaar beroep hebt. CNV is blij met de constructieve rol die zij heeft kunnen spelen bij de totstandkoming van dit akkoord.”

MKB-Nederland voorzitter Jacco Vonhof: “Goed is ook dat de regeling gerichter wordt en we goed de vinger aan de pols van de instroom houden, zodat die alleen wordt gebruikt voor de mensen voor wie de rvu is bedoeld. Gezien de krappe arbeidsmarkt kunnen we het ons als land niet permitteren als eerder stoppen voor iedereen weer normaal wordt.”

VCP-voorzitter Nic van Holstein: “Het stemt tevreden dat een taaie discussie is geslecht. Er ligt nu een oplossing voor een urgent probleem voor een belangrijk deel van werkend Nederland. Het aflopen van de RVU heeft de nodige beroering in achterbannen gegeven. Nu aan onze eisen en pijnpunten tegemoetgekomen is, is een grote onzekerheid voor hen weggenomen. Er kunnen nu gerichte afspraken gemaakt worden, zodat ook iedereen met zwaar werk gezond zijn pensioen kan halen.”

LTO-voorzitter Ger Koopmans: “Wij zijn blij dat er een akkoord is en er duidelijkheid is voor ondernemers en werknemers. Samen gaan we aan de slag om ervoor te zorgen dat iedereen op een gezonde manier het pensioen haalt.”

Documenten
Kamerbrief over onderhandelingsakkoord gezond naar het pensioen

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Akkoord over vroegpensioen voor zwaar werk en gezond doorwerken

  • Raadplegingen: 66

Schrijf u nu in voor de Intermediairdagen 2024

U kunt zich vanaf nu inschrijven voor de Intermediairdagen 2024 van dinsdag 5 november tot en met maandag 2 december. Ook dit jaar kunt u de sessies zowel fysiek als online volgen.

De Intermediairdagen zijn hét jaarlijkse kennisevenement van de Belastingdienst voor fiscaal dienstverleners. Tijdens deze dagen hoort u meer over het Belastingplan 2025 en andere belangrijke veranderingen waarmee u te maken krijgt. U kunt netwerken op de informatiemarkt en natuurlijk informatieve sessies bijwonen.

Nieuw dit jaar: ochtendsessies
Voor het eerst zijn er dit jaar sessies die in de ochtend starten. Dat gebeurt op 4 locaties om 11.00 uur. Deze sessies vinden plaats in Den Bosch, Enschede, Rotterdam en Nieuwegein. In Venlo, Egmond aan Zee, Groningen en Apeldoorn start het programma om 13.00 uur.

Ook weer online
Kunt u niet bij de fysieke dagen aanwezig zijn? Schrijf u dan in voor de online dagen op 16, 17 of 18 december 2024. Online kunt u aan 3 extra sessies deelnemen. Dat zijn:

  • formeel recht
  • Central Liaison Office (CLO)
  • Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft)

De sessies zijn uiteraard ook terug te kijken vanaf 19 december.

Bekijk het programma van de Intermediairdagen 2024

Meld u nu aan
De beschikbare plaatsen zijn meestal snel gereserveerd. Schrijf u daarom direct in! Tijdens de onlinedagen kunt u alle sessies volgen. U hoeft daarvoor geen programma te kiezen.

Meer informatie
Ga voor meer informatie naar Intermediairdagen Belastingdienst.

Bron: belastingdienst.nl

Lees meer …Schrijf u nu in voor de Intermediairdagen 2024

  • Raadplegingen: 57

Cao-lonen in derde kwartaal 6,8 procent gestegen

In het derde kwartaal van 2024 namen de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) met 6,8 procent toe ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dit is even hoog als in het laatste kwartaal van 2023. Toen was de cao-loonstijging het hoogst in ruim veertig jaar. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Van de drie sectoren zijn de lonen in de sector particuliere bedrijven in het derde kwartaal van 2024 het hardst toegenomen met 7,3 procent. In de sector gesubsidieerde instellingen (die voor het merendeel bestaat uit cao’s in de zorg) en bij de overheid stegen de cao-lonen met respectievelijk 7,1 en 5,4 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder stegen de lonen bij de overheid nog het meest en die van de gesubsidieerde instellingen het minst.

Lonen in verhuur en handel van onroerend goed stijgen het meest
De cao-lonen zijn in de bedrijfstak verhuur en handel van onroerend goed (woningcorporaties) met 12,4 procent het meest toegenomen in het derde kwartaal van 2024. De horeca behoort met 10,8 procent ook tot de grootste stijgers van het derde kwartaal. De lonen in het onderwijs stegen met 2,1 procent het minst, vorig kwartaal stegen de lonen in deze bedrijfstak met 10,0 procent. Dit komt voornamelijk doordat de lonen bij de twee grootste onderwijscao’s (het primair en voortgezet onderwijs) voor het laatst in het derde kwartaal van 2023 zijn toegenomen.

Reële loonstijging 3,1 procent
De reële cao-loonontwikkeling, waarbij het cao-loon wordt gecorrigeerd voor inflatie, lag het afgelopen kwartaal op 3,1 procent. Deze toename is minder dan in de afgelopen drie kwartalen, maar nog steeds hoger dan een jaar geleden, toen de reële cao-loonontwikkeling afnam met 1,4 procent. Bij het bepalen van de reële loonstijging is net zoals in het vorige nieuwsbericht gebruikgemaakt van de ontwikkeling van de consumentenprijzen, die is berekend met de daadwerkelijk betaalde energieprijzen.

De voorlopige cijfers over het derde kwartaal van 2024 zijn gebaseerd op 95 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Drie kwart van de werknemers valt onder een cao.

In december 2023 is het CBS begonnen met een nieuwe reeks cao-lonen, met als basisjaar 2020. Meer informatie daarover is te lezen in het artikel CBS vernieuwt statistiek cao-lonen; basisjaar verschuift van 2010 naar 2020.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Cao-lonen in derde kwartaal 6,8 procent gestegen

  • Raadplegingen: 60

Steeds meer kantoren met minimaal energielabel C

78 procent van het vloeroppervlak aan kantoorruimte voldeed op 1 juli 2024 aan de verplichting om minimaal energielabel C te hebben. Een jaar eerder was dit nog 72 procent. Zo’n 10 procent heeft nog een label D t/m G en 12 procent heeft nog geen label, blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De cijfers staan in een Kamerbrief die minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) naar de Kamer stuurde.

Per 1 januari 2023 zijn alle kantoren in Nederland verplicht om minimaal energielabel C te hebben. Met verschillende Rijksorganisaties zijn afgelopen tijd afspraken gemaakt om zo snel mogelijk energielabel C te behalen voor hun kantoren. Om de resterende groep kantooreigenaren te laten voldoen, zijn gemeenten gestart met toezicht en handhaving, waarbij enkele gemeenten al overgegaan zijn tot het opleggen van last onder dwangsom.

Hogere waarde na verduurzaming
Het verplichte energielabel C voor kantoren is dit voorjaar geëvalueerd. Belangrijke uitkomst is dat er een aanzienlijke verbetering is van energielabels in de kantorenmarkt. Er wordt geconcludeerd dat de verplichting geen negatieve gevolgen lijkt te hebben gehad voor kantooreigenaren. Uit onderzoek van Maastricht University blijkt daarnaast dat kantoorgebouwen met betere energielabels meer gewild en waardevaster zijn. Kantoren met een label C of beter zijn 20 procent meer waard dan kantoren met een label D t/m G.

Vergaande verduurzaming rijkskantoren
Daarnaast werken Rijksorganisaties aan de versnelling van vergaande verduurzaming van hun vastgoed. Deze projecten hebben hoge ambities waarbij actief gestuurd wordt op de renovatiestandaard1 en het treffen van klimaatadaptieve, natuurinclusieve en circulaire maatregelen. Dit draagt bij aan de voorbeeldrol die de Rijksoverheid op dit gebied heeft.

Monitoren en verbeteren kwaliteit
De kwaliteit van het energielabel wordt jaarlijks gemonitord. Uit resultaten blijkt dat de kwaliteit van opgenomen energielabels stabiel is gebleven. Met de in 2023 in gang gezette maatregelen zoals een publieke toezichthouder, een grotere controlesteekproef en extra controles bij geconstateerde fouten verwacht de minister de komende tijd dat de kwaliteit van energielabels zal verbeteren.

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de minister onderzoek laten uitvoeren naar de inzet van nieuwe technologieën met als doel de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de opname en controle van het energielabel te verbeteren. Zo start een verkenning naar automatische controle op de juistheid van energielabels. Veel andere nieuwe ontwikkelingen zijn nog niet voldoende ver of te duur voor energieadviseurs om te kunnen toepassen.

1De renovatiestandaard is het kostenoptimale niveau om naar verduurzamen bij renovatie. Meer informatie: Renovatiestandaard (rvo.nl)

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Steeds meer kantoren met minimaal energielabel C

  • Raadplegingen: 45