Terug naar hoofdinhoud

Belangrijkste belastingwijzigingen per 1 januari 2024

Op 19 december heeft de Eerste Kamer ingestemd met het pakket Belastingplan 2024. Het pakket bevat maatregelen voor de samenleving en het belastingstelsel, die de koopkracht ondersteunen en het belastingstelsel eenvoudiger maken. Het overzicht van de belangrijkste wijzigingen vindt u hier. Precies weten wat er voor uw persoonlijke situatie wijzigt per 2024? Ga dan naar de ‘wat betekent dit voor mij’ tool van Wijzer in Geldzaken.

Inkomen
Het kabinet heeft in het pakket Belastingplan 2024 een serie maatregelen opgenomen waardoor werkenden, gepensioneerden en de meeste zzp’ers en ondernemers netto meer overhouden. De eerste belastingschijf van de inkomstenbelasting gaat weliswaar met 0,03% omhoog, maar de arbeidskorting wordt met € 115 verhoogd en de algemene heffingskorting wordt geïndexeerd. Ondernemers met een hoger inkomen gaan wel meer belasting betalen. Deze ib-ondernemers hebben te maken met de verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek uit het vorige Belastingplan van € 5030 naar € 3750 en de verlaging van de mkb-winstvrijstelling van 14% naar 13,31%. Zij betalen hierdoor over een groter deel van hun winst of inkomen belasting. Met het verlagen van de mkb-winstvrijstelling verkleinen we het verschil in fiscale behandeling van werknemers en ondernemers in de inkomstenbelasting.

Ook worden de onbelaste reiskostenvergoeding en de onbelaste vrijwilligersvergoeding verhoogd. De onbelaste reiskostenvergoeding gaat van 21 naar 23 cent per kilometer. De maximale onbelaste uurvergoeding voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder wordt per 1 januari verhoogd naar € 5,50 per uur. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar wordt het bedrag verhoogd naar € 3,25 per uur. De totale maximale vrijwilligersvergoeding in 2024 is € 2100 per jaar en € 210 euro per maand.

Ondernemen
Per 1 januari treedt de tweede schijf in box 2 in werking. Deze maatregel is in het Belastingplan 2023 aangekondigd. Hierdoor wordt vanaf 2024 24,5% belasting betaald over de eerste € 67.000 aan inkomsten per persoon in box 2. Over al het inkomen boven € 67.000 betalen mensen 33% belasting.

Daarnaast zijn er bij de behandeling van het Belastingplan in de Tweede Kamer nog twee aanvullende maatregelen genomen. Zo wordt per 2024 de 30%-regeling beperkt tot de Balkenende-norm (€ 233.000 in 2024) en daarnaast wordt de hoogte van vrijstelling stapsgewijs afgebouwd. De eerste twintig maanden geldt een vrijstelling van 30% van het loon, voor de daarop volgende twintig maanden geldt een vrijstelling van 20% en de daaropvolgende twintig maanden geldt een vrijstelling van 10%. Daarnaast wordt het lenen bij eigen bv verder gemaximeerd door het bedrag te verlagen van € 700.000 naar € 500.000.

Vermogen en wonen
Het kabinet heeft besloten om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 twee verfijningen door te voeren in de overbruggingswet box 3. Deze maatregelen zijn daarmee al van toepassing op uw aangifte Inkomstenbelasting 2023. Zo valt het vermogen van een reservefonds van een Vereniging van Eigenaren (vve) en het geld op een derdenrekening van een notaris vanaf dat moment in de categorie banktegoeden. Daarnaast worden onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen niet meer belast in box 3. Deze schulden hoeven mensen niet meer op te geven aan de belasting. Zo wordt de belasting op vermogen beter verdeeld. Tijdens de behandeling van het Belastingplan heeft de Tweede Kamer besloten het belastingtarief in box 3 na amendering te verhogen van 32% naar 36% per 1 januari 2024. Het heffingvrije vermogen wordt niet aangepast. Dat blijft € 57.000 (€ 114.000 bij fiscaal partnerschap).

De woningwaardegrens voor de startersvrijstelling is voor 2024 verhoogd naar € 510.000 (€ 440.000 in 2023). Verder is het vanaf 1 januari niet meer mogelijk om een belastingvrije schenking te doen voor de aankoop van een woning.

Om de druk op de fiscale wetgeving en de rechtspraak in te perken en te voorkomen dat rechtsbescherming misbruikt wordt voor een verdienmodel, wordt vanaf 2024 de proceskostenvergoeding direct overgemaakt aan de burger of het bedrijf namens wie bezwaar is gemaakt. Deze vergoeding wordt ook verlaagd tot 25% van de huidige vergoeding als de burger of het bedrijf inhoudelijk gelijk krijgt bij een bezwaar of beroep over de WOZ of bpm.

Klimaat
De vermindering energiebelasting, het vaste bedrag dat per aansluiting van de energierekening afgaat, wordt per 1 januari verhoogd naar € 631,39 inclusief btw per jaar. De korting geldt onder andere voor woningen en kantoorgebouwen. Daarnaast gaan per 1 juli passagiers van de meeste privévliegtuigen vliegbelasting betalen, door een aanpassing van de gewichtsgrens van vliegtuigen. Deze wordt verlaagd van 8.616 kilogram naar 4.000 kilogram.

Brandstofaccijns
Om de koopkracht verder te ondersteunen heeft de Tweede Kamer daarnaast besloten om de tarieven van de brandstofaccijns in 2024 gelijk te houden aan de tarieven die gelden per 1 juli 2023. De accijns voor een liter benzine blijft daardoor 79 cent, een liter diesel 52 cent en een liter LPG 19 cent.

Gezondheid
Per 2024 wordt de verbruiksbelasting op suikerhoudende dranken verhoogd van € 8,83 naar € 26,13 per 1000 liter. Mineraalwater wordt vanaf datzelfde moment uitgezonderd van de verbruiksbelasting.

Om een gezonde levensstijl te stimuleren en ongezonde keuzes te ontmoedigen verhoogt het kabinet daarnaast de accijns op alcohol en tabak. Het accijnstarief voor alcohol wordt per 2024 verhoogd met 8,4%. Vanaf 1 april bedraagt de accijns op sigaretten € 7,81 per pakje van 20 sigaretten en de accijns op shag € 17,35 per pakje van 50 gram. Een pakje sigaretten (20 stuks) kost dan vanaf 1 april 2024 gemiddeld € 11,10 en een pakje shag (50 gram) € 24,62 incl. btw.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Belangrijkste belastingwijzigingen per 1 januari 2024

  • Raadplegingen: 41

Bekijk of u dit jaar nog versneld kunt afschrijven

Als u in 2023 heeft geïnvesteerd in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, biedt de VAMIL-regeling de mogelijkheid om tot 75% van de investering willekeurig af te schrijven. Deze versnelde afschrijving vermindert de fiscale winst, wat resulteert in lagere belastingbetalingen. 

Daarnaast is er in 2023 een eenmalige regeling voor willekeurige afschrijvingen voor bepaalde nieuwe bedrijfsmiddelen. Deze regeling is uitsluitend van toepassing op investeringen die in dat jaar zijn gedaan, en op deze bedrijfsmiddelen kunt u maximaal 50% willekeurig (extra) afschrijven.

Lees meer …Bekijk of u dit jaar nog versneld kunt afschrijven

  • Raadplegingen: 11

Van Gennip: loonkloof tussen mannen en vrouwen sneller dichten

Het CBS heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) opnieuw onderzoek gedaan naar de loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Uit de nieuwe ‘Monitor Loonverschillen’ over 2022 blijkt dat de loonverschillen tussen vrouwen en mannen nog steeds aanzienlijk zijn. Met name in het bedrijfsleven verdienen vrouwen voor vergelijkbaar werk gemiddeld bijna 7% minder dan mannen. Ook bij de overheid verdienen vrouwen gemiddeld bijna 2% minder. Onacceptabel, vindt minister Van Gennip (SZW). De loonkloof moet sneller gedicht worden. Daarom werkt de minister aan invoering van de Europese richtlijn loontransparantie en zet zij zich in om de bewustwording ten aanzien van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te vergroten en om gelijkwaardige kansen te bevorderen.

Uit de Monitor Loonverschillen 2022 blijkt dat het ongecorrigeerde uurloon van vrouwen in het bedrijfsleven gemiddeld 16,4% lager ligt dan dat van mannen. In 2014 bedroeg dit verschil 19,2%. Bij de overheid zijn de verschillen kleiner, maar alsnog in het nadeel van vrouwen. In 2022 verdienden vrouwen gemiddeld 5,1% minder dan mannen. Een halvering van het verschil in uurloon ten opzichte van 2014. De gecorrigeerde loonverschillen (gecorrigeerd op basis van vergelijkbare banen en vergelijkbare kenmerken zoals leeftijd en opleidingsniveau) pakken lager uit. Toch verdienen vrouwen in het bedrijfsleven alsnog gemiddeld 6,9% minder en bij de overheid 1,8% dan mannen met vergelijkbare achtergrondkenmerken en banen.

Minister Van Gennip: “We zien nog steeds dat vrouwen slechter betaald worden dan mannen voor hetzelfde werk. Ook stromen vrouwen minder vaak door naar hogere functies. Deze verschillen kunnen we niet accepteren. Iedereen verdient gelijkwaardige kansen op het werk. Daarom gaan we door met een stevige aanpak op meerdere fronten, zoals verplichte transparantie over loonverschillen. En ik roep zowel werkgevers als werknemers op: ga hierover het gesprek aan, ook al is dat ongemakkelijk. Hoe eerlijk is het bij jou op de werkvloer?”

Gelijke beloning voor vrouwen en mannen zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Helaas blijkt uit de cijfers dat dit niet de realiteit is en dat vrouwen nog altijd geen gelijkwaardige positie op de arbeidsmarkt hebben ten opzichte van mannen. Dat moet anders. Daarom heeft het kabinet verschillende maatregelen genomen om de loonkloof te dichten. Waaronder de verhoging van het uitkeringspercentage van ouderschapsverlof van 50% naar 70% en de dialoog ‘Samenspraak’. De dialoog is bedoeld om meer inzicht te krijgen in de ervaringen van mensen rondom gendergelijkheid op de arbeidsmarkt en om de samenleving te stimuleren het gesprek te aan te gaan over ingesleten rolpatronen. Daarnaast wil het kabinet zwangerschapsdiscriminatie aanpakken door in te zetten op bewustwording via betere informatievoorziening, zowel richting (zwangere) werknemers als werkgevers.

Ook de aangenomen Europese richtlijn loontransparantie moet bijdragen aan de aanpak van loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Met de nieuwe wetgeving moeten werkgevers transparanter worden over de beloning en loonverschillen binnen hun organisatie. Ook komt er een verbod op het vragen naar het laatst verdiende salaris in arbeidsvoorwaardengesprekken. Dit moet bijdragen aan een betere positie van werknemers doordat zij meer inzicht krijgen in (mogelijke) loonverschillen. Minister Van Gennip werkt aan een spoedige implementatie van deze richtlijn in Nederlandse wetgeving.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Van Gennip: loonkloof tussen mannen en vrouwen sneller dichten

  • Raadplegingen: 21

Europees akkoord: veiligheidseisen en standaarden voor alle digitale producten

Consumenten en bedrijven maken veel gebruik van producten die met elkaar of met het internet zijn verbonden zoals industriële machines, tv’s, apps, printers, lampen, camera’s en babyfoons. Digitale producten – zowel software, hardware als componenten – moeten naar verwachting vanaf 2027 voldoen aan uitgebreide eisen en standaarden op het gebied van cyberveiligheid. Cyberonveilige apparaten zijn dan niet meer toegelaten voor verkoop via de EU-markt. Eisen betreffen onder meer het verplicht en gratis leveren van veiligheidsupdates, zolang je mag verwachten dat een product kan worden gebruikt.

De EU-lidstaten en het Europees Parlement hebben hierover een voorlopig politiek akkoord bereikt. De zogenoemde Cyber Resilience Act (CRA) is een wettelijke uitbreiding, waar Nederland actief voor heeft gepleit, op een eerder besluit om al per 2025 cybersecurityeisen te stellen aan draadloos communicerende apparaten zoals routers, babyfoons en slimme deurbellen via de Radio Equipment Directive (RED). De CRA is straks breder dan de RED en geldt niet alleen voor draadloos verbonden apparaten, maar voor alle hard- en software. Ook zet deze in op de aanpak en melding van kwetsbaarheden die opkomen, nadat een product op de markt is gebracht.

Minister Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat): “Fabrikanten en importeurs waren in de fysieke wereld al verantwoordelijk voor veilige producten. Voor digitale producten gaat dit straks ook gelden. Dat is nodig, want digitale producten en systemen zijn vaak een ideale toegangsdeur voor internetcriminelen voor diefstal van gegevens, geld of om als middel om te hacken. We willen dat voorkomen. De komst van de CRA is een volgende stap op weg hier naar toe. Veilige digitale apparaten werken beter,  beschermen onze gegevens en zorgen er voor dat we vertrouwd digitaal zaken kunnen doen.”

Ondersteuningstermijn voor gehele levensduur producten
Fabrikanten moeten voor gedurende de hele te verwachten gebruiksperiode van het product gratis veiligheidsupdates verstrekken zodra er kwetsbaarheden worden ontdekt. Deze ondersteuningsperiode moet duidelijk bij de verkoop zijn vermeld en is altijd minimaal vijf jaar. Deze minimumduur doet niet af aan de hoofdregel: als het verwachte gebruik van een product bijvoorbeeld acht jaar is dan moet de ondersteuning ook acht jaar worden geboden.

Standaarden voor cyberveiligheid
Fabrikanten zorgen ervoor dat producten voldoen aan de cybersecurityeisen, voordat een product op de markt wordt gebracht. Het gaat dan bijvoorbeeld om eisen dat producten veilig zijn ontworpen en getest zijn op veiligheidslekken. Ook moeten veiligheidsupdates in veel gevallen automatisch worden geïnstalleerd, opgeslagen persoonlijke- en financiële gegevens worden beschermd en krijgt de gebruiker de mogelijkheid geboden om deze data permanent te verwijderen.

Fabrikanten moeten bovendien incidenten en kwetsbaarheden, die worden misbruikt door kwaadwillenden, binnen 24 uur melden aan de nationale Computer Security Incident Response Teams (CSIRT) van de overheid. Voor ontwikkelaars en aanbieders van niet-commercieel aangeboden zogenoemde open-source software geldt, dat zij niet aan de eisen voor fabrikanten hoeven te voldoen.

Tijd voor implementatie en steun voor kleinere ondernemers
Met de inwerkingtredingstermijn van drie jaar is voldoende tijd geboden voor de implementatie en het opstellen van technische normen waarin de cybersecurityeisen aan fabrikanten worden uitgewerkt. Er komen bovendien voorzieningen om micro- en kleine fabrikanten te ondersteunen bij de implementatie van de eisen.

Het voorlopige EU-akkoord moet hierna nog voor instemming worden voorgelegd aan de EU-lidstaten en het Europees Parlement.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Europees akkoord: veiligheidseisen en standaarden voor alle digitale producten

  • Raadplegingen: 14

Meer Nederlanders voorstander van kernenergie

Nederland zou meer kernenergie moeten gebruiken, vindt 36 procent van de volwassenen. In 2020 was dit nog 25 procent. Vooral mannen, ouderen en hoogopgeleiden zijn voorstander van meer kernenergie. Ook regionaal zijn er verschillen. Inwoners van Zeeland, waar momenteel de enige kerncentrale staat, zijn het meest positief over kernenergie. Dat meldt het CBS op basis van het onderzoek Belevingen 2023.

In 2020 vond 25 procent van de Nederlanders van 18 jaar of ouder dat er meer kernenergie gebruikt moest worden, 18 procent vond juist dat het gebruik moest verminderen, en 25 procent was helemaal tegen het gebruik van kernenergie. In 2023 steeg de steun voor meer kernenergie naar 36 procent, terwijl 12 procent vindt dat het gebruik verminderd moet worden en 15 procent wil dat het helemaal stopt. De Nederlandse bevolking is in de afgelopen drie jaar dus positiever gaan denken over het gebruik van kernenergie.

Vooral mannen en ouderen voorstander van kernenergie

Mannen staan positiever tegenover meer kernenergie dan vrouwen: 49 tegen 23 procent. Ouderen zijn vaker voorstander dan jongere leeftijdsgroepen. Van de 35- tot 45-jarigen wil 30 procent meer kernenergie, van de 75-plussers vindt ruim 40 procent dat Nederland er meer gebruik van moet maken. Ook mensen met een hbo- of universitair diploma zijn vaak voorstander van kernenergie.

40 procent van de Zeeuwen voorstander van meer kernenergie

Inwoners van Zeeland, de enige provincie waar een werkende kerncentrale staat (Borssele), zijn het meest positief over het gebruik van kernenergie: 40 procent van hen vindt dat Nederland meer kernenergie moet gebruiken. In Groningen is het aandeel inwoners dat kernenergie steunt met 31 procent het laagst.

Draagvlak voor meer duurzame energie en minder fossiel

Een meerderheid van de Nederlanders wil dat er minder gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen of vindt dat er helemaal mee gestopt moet worden. Duurzame energiebronnen zoals windenergie, zonne-energie, aardwarmte en waterkracht moeten juist meer worden gebruikt, volgens de meeste mensen. De steun voor zonne-energie is met 78 procent het grootst, gevolgd door windenergie met 69 procent. Deze percentages zijn iets lager dan in 2020.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Meer Nederlanders voorstander van kernenergie

  • Raadplegingen: 28