Terug naar hoofdinhoud

Herbouw Digipoort wordt gecontroleerd voortgezet met aanvullende maatregelen

De herbouw van Digipoort, een belangrijke digitale voorziening voor veilige berichtenuitwisseling tussen bedrijven en de overheid, gaat door. Dat schrijft staatssecretaris Zsolt Szabó (Digitalisering) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Er worden extra maatregelen genomen om sturing van het programma te versterken. Digipoort is cruciaal om bijvoorbeeld belastingaangiftes en digitale facturen veilig te kunnen verwerken.

De overheid werkt sinds 2021 aan een nieuwe versie van Digipoort om te komen tot een toekomstbestendige voorziening met rechtmatige contracten, lagere beheerkosten en minder afhankelijkheid van leveranciers.

Het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) schrijft in een vandaag verschenen adviesrapport dat de herbouw onnodig complex is, de beheersbaarheid van het programma onvoldoende is en de kans op verdere uitloop in tijd en geld groot. AcICT adviseert om het programma Herbouw Digipoort (tijdelijk) gecontroleerd stil te leggen om alternatieve routes te overwegen.

Onderzoeken

De staatssecretaris heeft het advies van AcICT serieus genomen. Er zijn extra onderzoeken gedaan door onafhankelijke bureaus (KPMG en SIG). Ook is gesproken met belangrijke betrokken partijen zoals de Belastingdienst en UWV. Na zorgvuldige afweging van kosten, risico’s en de gevolgen van stilleggen is ervoor gekozen om het programma gecontroleerd voort te zetten en het nemen van extra maatregelen om beter te sturen. Uit het kostenonderzoek van KPMG blijkt dat de nieuwe Digipoort een betaalbare en kostenefficiënte vervanging is van de oude Digipoort. De nieuwe Digipoort is technisch goed onderhoudbaar en is flexibel en schaalbaar. Dit zorgt voor lagere beheer -en exploitatiekosten en een betere dienstverlening voor bedrijven.

Maatregelen

De staatssecretaris neemt extra maatregelen om beter te sturen op kosten en beheersing. Om risico’s te beperken, worden het financieel inzicht en de sturing vanuit het ministerie verder versterkt. Ook wordt er versneld gewerkt aan een toekomstplan voor gegevensuitwisseling binnen de overheid. De Kamer ontvangt eind 2025 in een verzamelbrief de actuele stand van zaken over de voortgang van herbouw van Digipoort, tenzij er eerder aanleiding is om te informeren.

Lees meer …Herbouw Digipoort wordt gecontroleerd voortgezet met aanvullende maatregelen

  • Raadplegingen: 8

Nederland trekt financiering voor AI, data, cloud en cybersecurity innovatie aan

Innovaties met digitale technologieën stimuleren, is geen keuze maar een noodzaak. Voor het verminderen of voorkomen van risicovolle afhankelijkheden van andere landen, voor een sterkere digitale economie en voor cyberveiligheid. Via het Digital Europe-programma (DEP) stellen de Europese Commissie en het ministerie van Economische Zaken daarom € 1,7 miljard hiervoor beschikbaar in de periode 2025-2027. 

Deze financiering is bestemd voor kleine en grote bedrijven, kennisinstellingen en overheden die extra financiering nodig hebben voor AI, data, cloud en cybersecurity innovaties en digitale vaardigheden, bijvoorbeeld in de maakindustrie. Nederlandse ondernemers en kennisinstellingen halen op dit moment vanuit het DEP de meeste financiering van alle 27 EU-landen binnen. In 2024 ging het om 11,7% van het totaal, goed voor zo’n € 46 miljoen. 

Naast het EU-geld draagt ook het ministerie van Economische Zaken in de periode 2025-2027 opnieuw met aanvullende nationale cofinanciering (€ 16,2 miljoen) bij aan het DEP om innovatie met digitale technologie extra te stimuleren.

Minister Dirk Beljaarts (Economische Zaken): “Het is belangrijk dat we een stapje extra zetten voor een innovatieve digitale economie. Die is namelijk één van de drijvende krachten achter onze toekomstige banen en inkomsten. Het is ook nodig voor meer digitale onafhankelijkheid en veiligheid. De snelheid van technologische ontwikkelingen buiten de EU en gebrekkige arbeidsproductiviteitsgroei zetten onze kansen onder druk. Via Digital Europe ondersteunen we daarom start-ups, mkb’ers, maakindustrie- en techbedrijven om samen met kennisinstellingen en overheden daarin juist te investeren.”

Tempo omhoog om Nederland bij wereldtop te houden

Digitalisering door het mkb, het gebruik van digitale innovaties en de kwaliteit van de digitale infrastructuur zijn in Nederland verbeterd. Tegelijkertijd ligt het tempo te laag om Nederland bij de wereldtop te houden, is er een significant tekort aan ICT-specialisten en blijven private investeringen in de digitale infrastructuur achter. Dat bleek in maart 2025 uit de voortgangsrapportage van de kabinetsstrategie Digitale Economie. 

De kabinetsambitie is om in 2030 bij de Europese top-3 te behoren wat betreft de toepassing van digitale technologieën door het mkb. Dat betekent dat 95% van het Nederlandse mkb tenminste een basisniveau van digitalisering toepast ten opzichte van 75% in 2021. Inmiddels is het basisniveau in 2024 gestegen naar 81,5%. Om op 95% te komen, zijn dus nog substantiële stappen nodig.

Daarnaast is het streven om ook het gebruik van geavanceerde digitale technologieën – zoals cloud, kunstmatige intelligentie (AI) en data analytics – binnen het mkb te verhogen tot tenminste 75% in 2030. Inmiddels passen meer mkb-ondernemers bijvoorbeeld AI (van 13% naar 23%) en clouddiensten (van 64% naar 71%) toe. De ontwikkeling van Nederlandse en Europese innovaties loopt, met name als het gaat om cloudtoepassingen, echter nog ver achter op de Verenigde Staten en Azië. Dat bedreigt de economie en veiligheid.

Werkprogramma Digital Europe 2025-2027

De Europese Commissie publiceerde onlangs de nieuwe werkprogramma’s voor de periode 2025-2027. Op de website van RVO staat het volledige overzicht van onderwerpen waarvoor ondernemers in de periode 2025-2027 financiering kunnen aanvragen.

Lees meer …Nederland trekt financiering voor AI, data, cloud en cybersecurity innovatie aan

  • Raadplegingen: 7

Belastingvoordeel voor groen beleggen stopt vanaf 2027

Vanaf 1 januari 2027 krijgen beleggers en spaarders geen belastingvoordeel meer als zij investeren in duurzame projecten. Daardoor wordt het moeilijker voor ondernemers om geld op te halen voor groene en innovatieve plannen. Onderzoek van RVO toont aan dat veel beleggers zonder belastingvoordeel niet meer investeren in groene fondsen.

Wat verandert er? 

Vanaf 2025 wordt het belastingvoordeel voor groene beleggingen stap voor stap afgebouwd. Op 1 januari 2027 stopt het helemaal. Dat betekent ook dat groene beleggers en spaarders vanaf dan geen nieuwe groenverklaringen meer krijgen. De Tweede Kamer nam dit besluit in het Belastingplan 2025.

Natuurvriendelijke boerderij of zonnepark 

Een groenverklaring is een document van de overheid waarmee ondernemers laten zien dat hun project duurzaam is. Denk bijvoorbeeld aan het bouwen van een natuurvriendelijke boerderij, een zonnepark of een energiezuinig appartementencomplex. Met zo’n verklaring kan een ondernemer geld ophalen bij een groenfonds. Dit is een speciaal fonds waar beleggers en spaarders hun geld in stoppen om duurzame plannen te steunen. Tot nu toe kregen zij hiervoor belastingvoordeel.

Financiering duurzame projecten lastiger te krijgen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onderzocht wat dit besluit betekent. De conclusie is duidelijk: zonder belastingvoordeel kunnen veel beleggers niet meer investeren in groene fondsen. Dat maakt financiering krijgen voor duurzame en vaak vernieuwende projecten lastiger. Juist deze projecten zijn belangrijk voor de overgang naar een duurzame samenleving. De volledige analyse van RVO, waarin de gevolgen van de veranderingen staan, is op 3 april 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd.

Banken en politiek maken zich zorgen

De Nederlandse Vereniging van Banken vindt het jammer dat het belastingvoordeel verdwijnt. In vakmedia zoals Energeia, Accountancy Vanmorgen en Taxlive laten zij weten te hopen dat de politiek het besluit heroverweegt of met een goed alternatief komt. Ook in de Tweede Kamer is er discussie. Sommige partijen zijn bang dat dit besluit slecht is voor de energietransitie, klimaatdoelen en het herstel van natuur.

Voorlopig nog groenverklaringen

RVO geeft voorlopig nog groenverklaringen af. Dit kunnen beleggers in ieder geval doen tot eind 2026. Hoe lang precies, hangt af van de keuzes van de ministeries van Financiën, Infrastructuur en Waterstaat. Ondernemers met een duurzaam project kunnen nu nog een groenverklaring aanvragen.

Lees meer …Belastingvoordeel voor groen beleggen stopt vanaf 2027

  • Raadplegingen: 8

Investeringen krimpen met bijna 4 procent in februari

In februari 2025 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 3,6 procent kleiner dan een jaar eerder, meldt het CBS. Er is vooral minder geïnvesteerd in gebouwen en overig wegvervoer (vrachtauto’s, opleggers, busjes, etc.). In machines (waaronder defensiematerieel) en infrastructuur is in februari 2025 echter meer geïnvesteerd dan een jaar eerder.
De daling van de investeringen in het overige wegvervoer gaat samen met de belastingwijzigingen per 1 januari 2025 en veranderende regels rond milieuzones in sommige steden. In de laatste maanden van 2024 groeiden de investeringen in overig wegvervoer fors.

De cijfers zijn niet gecorrigeerd voor werkdagen. Februari 2025 heeft een werkdag minder dan februari 2024. In de CBS Investeringsradar van april waren de omstandigheden voor de investeringen wat ongunstiger dan in de radar van februari.  

Omstandigheden investeringen in april ongunstiger

Het CBS publiceert elke maand over de omstandigheden voor de investeringen in de investeringsradar. De investeringen hangen onder meer samen met de situatie op de afzetmarkten en met de situatie op de financiële markten. De indicatoren van de radar hangen vrij goed samen met de investeringen in vaste activa, maar een verbetering van de omstandigheden betekent niet per se een grotere groei of een kleinere krimp van de investeringen.

In de CBS Investeringsradar van april waren de omstandigheden voor investeringen wat ongunstiger dan in de radar van februari. De stijging jaar op jaar van de aandelenkoersen was kleiner. Ook daalde het consumentenvertrouwen en was het oordeel van producenten over de orderpositie negatiever. 

De cijfers in dit bericht zijn voorlopig en kunnen worden bijgesteld.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Investeringen krimpen met bijna 4 procent in februari

  • Raadplegingen: 12

Voorjaarsnota 2025: eenvoudigere sociale zekerheid en meer bestaanszekerheid

Het kabinet neemt extra maatregelen om het stelsel van arbeidsongeschiktheid te vereenvoudigen, mensen beter naar werk te begeleiden en het minimumjeugdloon te verhogen. De bezuiniging op de kinderopvang wordt geschrapt en er komt een uitvoerbaar pad naar een nieuw financieringsstelsel. Hieronder een overzicht van een aantal onderwerpen vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

UWV

Het is van groot belang dat we UWV ondersteunen door de kwaliteit op orde te krijgen en gemaakte fouten te herstellen. Daartoe is voor verschillende herstelacties incidenteel tot en met 2030 bijna € 500 miljoen en structureel € 91 miljoen vrijgemaakt. Bij de hersteloperatie daglonen is UWV begonnen met het controleren van in totaal 43.000 uitkeringen. Het bedrag wordt gebruikt om de uitkeringen van mensen waarbij fouten zijn gevonden, te herstellen.

Daarnaast is er incidenteel tot en met 2030 in totaal € 682 miljoen en structureel € 130 miljoen vrijgemaakt om de 60-plusmaatregel opnieuw voor twee jaar in te voeren, de uitvoering van UWV te versterken en voor het kwijtschelden van voorschotten die mensen hebben gekregen in afwachting van hun WIA-beoordeling. Het herinvoeren van de 60-plusmaatregel draagt bij aan het beperken van de beoordelingsachterstanden bij UWV.

Het structureel hervormen van het stelsel van arbeidsongeschiktheidsregelingen blijft hoog op de agenda staan van het ministerie. Voor verbeteringen op korte termijn maakt minister Van Hijum structureel bijna € 200 miljoen vrij. Deze reservering bouwt in 50 jaar geleidelijk op naar het structurele bedrag. Met de beschikbare middelen wil minister Van Hijum zo snel mogelijk maatregelen treffen om de oplopende achterstanden bij WIA-beoordelingen te beperken. Het volledig hervormen van het arbeidsongeschiktheidsstelsel is een proces de lange adem. Daarom blijft het ministerie doorwerken aan de uitwerking van de aanbevelingen van de commissie OCTAS.

WW

In het regeerprogramma van dit kabinet is een bezuiniging op de WW afgesproken. Minister Van Hijum gaat wel aan de slag met extra maatregelen die ervoor zorgen dat mensen die (tijdelijk) geen baan hebben, beter worden begeleid naar nieuw werk. In de krappe arbeidsmarkt zijn er veel openstaande vacatures, maar mensen weten de weg naar werk niet altijd goed te vinden. Het ministerie gaat daarbij helpen. Daar staat tegenover dat de duur van de WW in 2027 wordt verkort van 24 maanden naar 18 maanden. De uitwerking van de WW-hervorming volgt voor de zomer.

Bezuiniging kinderopvang van tafel, uitvoerbaar pad naar nieuw stelsel

Het kabinet maakt structureel extra geld vrij voor de kinderopvang, waarmee de aangekondigde bezuiniging van circa € 250 miljoen uit het hoofdlijnenakkoord wordt teruggedraaid. Het kabinet wil een nieuwe financiering voor de kinderopvang realiseren, die eenvoudiger is voor ouders en hen meer zekerheid biedt. De kinderopvangsector heeft eerder aangegeven dat de huidige route er naartoe te ambitieus is. Mede daarom heeft het kabinet besloten om meer tijd te nemen voor het invoeren van het nieuwe stelsel. In 2029 gaat de nieuwe financiering in, twee jaar later dan voorzien in het hoofdlijnenakkoord. Het kabinet gaat onverminderd door met de voorbereiding van het wetsvoorstel voor het nieuwe stelsel.

De kinderopvangtoeslag wordt de komende jaren stapsgewijs verhoogd naar 96% voor alle werkende ouders. Zodoende kan de vraag naar kinderopvang geleidelijk stijgen en krijgt de sector de tijd om het aanbod mee te laten groeien. In 2027 krijgen middeninkomens met een verzamelinkomen tot circa € 84.000 een vergoeding van 96% tot de maximumuurprijs. In 2029 geldt dit voor álle werkende ouders met kinderopvangtoeslag. Staatssecretaris Nobel heeft aanvullend middelen gereserveerd voor de uitvoering van het nieuwe stelsel en voor maatregelen om de toegankelijkheid van de opvang te borgen. Zo wil hij een soepele transitie mogelijk maken.

Geld voor gemeenten voor uitvoeren taaleis

De kans op een baan is groter als je de Nederlandse taal beheerst en is cruciaal voor een goede integratie. Daarom vindt het kabinet het belangrijk dat mensen met een bijstandsuitkering basiskennis hebben van de Nederlandse taal. Staatssecretaris Nobel stelt vanaf 2027 extra middelen beschikbaar aan gemeenten voor het uitvoeren van deze taaleis. Met het geld kunnen gemeenten taalonderwijs aanbieden, waarbij de focus ligt op mensen die net in de bijstand zitten en op bijstandsontvangers die baat hebben bij een taalaanbod. In 2027 gaat het om een bedrag van € 3,7 miljoen, oplopend tot € 17,4 miljoen structureel.

Zekere loonkostensubsidie voor sociaal ontwikkelbedrijven

Sociaal ontwikkelbedrijven krijgen loonkostensubsidie van gemeenten voor beschutte werkplekken. Dit is een bijdrage in de loonkosten. Met de huidige manier van berekenen wordt de loonkostensubsidie vaak te laag vastgesteld. En ontvangen sociaal ontwikkelbedrijven te weinig subsidie voor de kosten die zij maken. Om dit op te lossen, komt er een vast percentage aan loonkostensubsidie per werknemer. Dit biedt rust voor medewerkers en meer financiële ruimte voor arbeidsvoorwaarden. Het kabinet trekt hier dit jaar € 34 miljoen voor uit. Dit bedrag loopt de komende jaren op tot structureel € 90 miljoen in 2048. Het bedrag stijgt omdat het aantal beschutte werkplekken de komende jaren gaat toenemen.

Minimumjeugdloon

Het wettelijk minimumjeugdloon gaat voor iedereen van 16 tot en met 20 jaar omhoog. Het gaat om een geleidelijke verhoging per leeftijd. Hiervoor maakt minister Van Hijum structureel € 60 miljoen beschikbaar. De precieze uitwerking en bedragen worden door het ministerie nog verder uitgewerkt. De uiteindelijke wijze van aanpassing zal voor de zomer gedeeld worden in de kabinetsreactie op de verkenning minimumjeugdloon.

Kindgebonden budget

Het kindgebonden budget daalt voor alle huishoudens met een inkomen boven de circa € 60.000 per jaar. De hoogte van het kindgebonden budget is al afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager het kindgebonden budget. Met deze hervorming wordt deze toeslag vanaf een inkomen van circa € 60.000 per jaar sneller afgebouwd. Dit betekent dat huishoudens vanaf dit inkomen minder recht hebben op deze bijdrage. Met deze maatregel wordt het kindgebonden budget meer gericht op de ouders die deze toeslag het hardst nodig hebben.

Tegelijkertijd wordt er ook een hardheid in het kindgebonden budget en bij de zorgtoeslag opgelost. Op dit moment is er een regel dat mensen toeslagpartner worden als zij samenwonen met één andere volwassene en er daarnaast een minderjarig kind van één van beiden op het adres is ingeschreven. Dit heeft negatieve gevolgen voor de toeslagen die zij krijgen. Die regel wordt afgeschaft per 1 januari 2027. Dit betekent dat mantelzorgers en woningdelers sneller een hogere toeslag krijgen. Dit wordt gedekt door een verlaging van de vermogensgrenzen van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget.

Lees meer …Voorjaarsnota 2025: eenvoudigere sociale zekerheid en meer bestaanszekerheid

  • Raadplegingen: 29