Terug naar hoofdinhoud

Investeringen groeien met ruim 2 procent in maart

In maart 2025 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 2,2 procent groter dan een jaar eerder, meldt het CBS. Er is vooral meer geïnvesteerd in machines (waaronder defensiematerieel) en gebouwen. In personenauto’s en overig wegvervoer (vrachtauto’s, opleggers, busjes, etc.) is minder geïnvesteerd dan een jaar eerder.
Net als in januari en februari gaat de daling van de investeringen in het wegvervoer samen met de belastingwijzigingen per 1 januari 2025 en veranderende regels rond milieuzones in sommige steden.

De cijfers zijn niet gecorrigeerd voor werkdagen. Maart 2025 heeft evenveel werkdagen als maart 2024. In de CBS Investeringsradar van mei waren de omstandigheden voor de investeringen ongunstiger dan in de radar van maart.

Omstandigheden investeringen in mei ongunstiger

Het CBS publiceert elke maand over de omstandigheden voor de investeringen in de investeringsradar. De investeringen hangen onder meer samen met de situatie op de afzetmarkten en met de situatie op de financiële markten. De indicatoren van de radar hangen vrij goed samen met de investeringen in vaste activa, maar een verbetering van de omstandigheden betekent niet per se een grotere groei of een kleinere krimp van de investeringen.

In de CBS Investeringsradar van mei waren de omstandigheden voor investeringen ongunstiger dan in de radar van maart. Dat kwam vooral doordat de stijging jaar op jaar van de aandelenkoersen omsloeg in een daling en het consumentenvertrouwen lager was.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Investeringen groeien met ruim 2 procent in maart

  • Raadplegingen: 19

Wetsvoorstel voor meer zekerheid flexwerkers ingediend bij de Tweede Kamer

Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Zo krijgen uitzendkrachten recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers. Er komen strengere regels om draaideurconstructies met tijdelijke contracten te voorkomen. En oproepcontracten worden vervangen door contracten met een minimumaantal uren dat je standaard wordt betaald en ingeroosterd. Dat staat in het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ dat de regering vandaag heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Het is het eerste grote wetsvoorstel van het arbeidsmarktpakket dat wordt ingediend bij de Tweede Kamer.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum: “Als je zeker bent van je inkomen en van je werktijden geeft dat rust. Het schept ruimte om plannen te maken voor de toekomst. Om misschien een huis te kopen of een gezin te stichten. Nederland kent ontzettend veel mensen met een onzeker arbeidscontract, veel meer dan het Europees gemiddelde. Ook wordt er veel via uitzendbureaus gewerkt in Nederland. En we zien dat dit zorgt voor misstanden. Voor sommige bedrijven en sectoren is onzekere arbeid een verdienmodel geworden. Met dit wetsvoorstel vergroten we direct de bestaanszekerheid van mensen. En we maken het ook weer moeilijker om mensen uit te buiten via draaideur- of uitzendconstructies.

Uitzendkrachten

Mensen die werken via een uitzendbureau krijgen recht op minimaal dezelfde arbeidvoorwaarden als mensen die regulier in dienst zijn. Ook worden de fases van uitzendwerk waarin je elke dag kan worden ontslagen of niet weet hoeveel uren je kan werken verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Op die manier zorgt het wetsvoorstel voor meer zekerheid voor uitzendkrachten en minder uitbuiting via uitzendconstructies van bijvoorbeeld arbeidsmigranten.

Draaideurconstructies

Het uitgangspunt van de nieuwe wet is dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller een vast dienstverband krijgen. In de huidige wet mag er na drie tijdelijke contracten zes maanden lang geen tijdelijk contract gegeven worden. Om draaideurconstructies tegen te gaan wordt deze termijn in de nieuwe wet vervangen door een termijn van 5 jaar. Ook mag er in de cao nog maar beperkt uitzonderingen op deze regel worden gemaakt.

Oproepcontracten

In plaats van de nulurencontracten komt er een bandbreedtecontract. Daarin wordt er minimum- en een maximumaantal uren afgesproken, waarbij het verschil maximaal 130% is. Dit betekent dat bij een minimum van 10 uur het maximum 13 uur is. Oproepen die boven het maximum zitten mogen door de werknemer geweigerd worden. En als er structureel meer wordt gewerkt moet er een contract worden aangeboden met een hoger aantal uren. Deze wijziging zorgt voor meer zekerheid bij de werknemer over het inkomen en de uren waarop je wordt ingeroosterd. De wet kent wel een uitzondering voor bijbanen van jongeren, scholieren en studenten, zij kunnen op een oproepcontract blijven werken.

Inwerkingtreding

Nu het wetsvoorstel is aangeboden aan de Tweede Kamer kan de behandeling starten. Als na de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer instemt treedt de wet per 1 januari 2027 in werking. Het onderdeel gelijke beloning voor uitzendkrachten kan al een jaar eerder in werking treden, op 1 januari 2026.

Samen met enkele andere wetsvoorstellen vormt dit voorstel een hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt die moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor ondernemers. Deze wetsvoorstellen vloeien voort uit afspraken die het kabinet in 2023 heeft gemaakt met vakbonden en werkgevers en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021.

Lees meer …Wetsvoorstel voor meer zekerheid flexwerkers ingediend bij de Tweede Kamer

  • Raadplegingen: 7

Massaal bezwaar belastingrentepercentage

Hebt u bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het belastingrentepercentage op uw belastingaanslag? En is in de belastingaanslag belastingrente berekend over een periode na 1 oktober 2020? Dan krijgt u nog geen uitspraak op uw bezwaar.

Massaal bezwaar

Eerder, op 14 februari 2025, heeft de staatssecretaris van Financiën de bezwaren tegen de hoogte van het belastingrentepercentage op de belastingaanslag vennootschapsbelasting aangemerkt als massaal bezwaar. Hierover leest u meer bij Massaal bezwaar belastingrentepercentage vennootschapsbelasting.

Na deze aanwijzing zijn er veel bezwaren binnengekomen tegen de hoogte van het belastingrentepercentage voor de andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting en omzetbelasting. Daarom heeft de staatssecretaris van Financiën deze bezwaren bij besluit van 16 april 2025 ook aangemerkt als 'massaal bezwaar'. Alle bezwaren met dezelfde rechtsvraag worden daarom aangehouden totdat de Hoge Raad hierop heeft beslist.

Zodra er meer bekend is over de beslissing van de Hoge Raad, leest u dit bij Massaal bezwaar voor de belastingrente - wat betekent dit voor mijn bezwaar?.

Lees meer …Massaal bezwaar belastingrentepercentage

  • Raadplegingen: 9

Internetconsultatie: Afschaffen van inhoudingen op het minimumloon voor huisvesting

Werkgevers mogen per 1 januari 2030 geen salaris meer inhouden op het minimumloon van werkenden ten aanzien van huisvestingskosten. Dat staat in een besluit dat minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag online heeft gezet. Mensen kunnen tot 6 juni inhoudelijk reageren.

Op dit moment mogen werkgevers maximaal 25% van het salaris inhouden op het minimumloon. Vanaf 1 januari 2026 wordt dit percentage ieder jaar 5 procentpunt minder waardoor in 2030 een einde komt aan deze regeling. Deze regeling wordt veelal gebruikt bij huisvesting van arbeidsmigranten. De inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting kan een verdienmodel in de hand werken waarbij arbeidsmigranten worden uitgebuit. Daarom wordt deze regeling stapsgewijs afgebouwd en op termijn afgeschaft.

Wilt u reageren?

U kunt reageren tot en met 6 juni 2025 via https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingbesluitminimumloonenminimumvakantiebijslag.

Lees meer …Internetconsultatie: Afschaffen van inhoudingen op het minimumloon voor huisvesting

  • Raadplegingen: 8

Vernieuwde rekenhulp maakt keuzes bij verduurzaming gebouwen betrouwbaarder

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft het rekenmodel van de Uniforme Maatlat Gebouwde Omgeving (UMGO) vernieuwd. Versie 5.1 van de UMGO gebruikt de cijfers uit de laatste Klimaat- en Energieverkenning. Hiermee is de CO2-uitstoot van bijvoorbeeld elektriciteit nauwkeuriger te berekenen. Nieuw is ook dat waterstof als energiedrager is toegevoegd.

Wat is de UMGO?

De UMGO is een hulpmiddel waarmee adviseurs (consultants) en specialisten van gemeenten of woningcorporaties kunnen berekenen wat de beste keuzes zijn om een gebouw duurzaam te verwarmen en te koelen. Voorbeelden van technieken die de UMGO doorberekent zijn: verschillende typen warmtepompen, warmte-koudeopslag, restwarmte en verbranding van biomassa.

Hoe werkt de rekenhulp?

Om te laten zien welke energievoorziening het duurzaamst is voor een woonwijk, berekent de UMGO bijvoorbeeld het energieverbruik voor verwarmen en koelen. Of wat de CO₂-uitstoot is van een bepaalde techniek.

De UMGO laat duidelijk zien hoe de berekeningen worden gemaakt. Alle gebruikte kengetallen zijn in te zien. Het protocol Uniforme Maatlat beschrijft de rekenmethode. Adviseurs kunnen hiermee ook verschillende technieken voor verwarming van gebouwen met elkaar vergelijken.

Aan de slag met de rekenhulp

Wilt u aan de slag met de UMGO? Op 11 juni organiseert RVO een masterclass. Tijdens de masterclass leren deelnemers werken met de rekenhulp door een instructie en oefeningen. 

Meld u aan

Lees meer …Vernieuwde rekenhulp maakt keuzes bij verduurzaming gebouwen betrouwbaarder

  • Raadplegingen: 26